Sprenger studeert af op Kangemi Acrobats

Foto © Therry da Silva

ROTTERDAM/NAIROBI –  Vorig jaar september studeerde Véronique Sprenger (24) af aan de Universiteit van Amsterdam voor haar Master ‘International Development Studies’, waarbij ze een bijzondere afstudeerscriptie presenteerde. Hiervoor was de oud-turnster van o.a. Turnlust Huizen, BATO Haarlem, GymXL Amersfoort en Turn4U Utrecht, afgereisd naar Kenya om tien weken lang te trainen met de wereldberoemde Kangemi-acrobaten uit een sloppenwijk van Nairobi. Ze hebben met succes overal te wereld op uitnodiging opgetreden in shows en gala’s, maar blijven hun eigen stekkie trouw. Begin januari 2019 zette ze een video online die wereldwijd aandacht trok. Ze was één van de Kangemi-acrobaten geworden

De ranke, frêle jongedame uit Nederland werd opgenomen in het stoere acrobatengezelschap, doordat ze tijdens haar afstudeerproject gewoon mee trainde. Ze raakte bevriend met ze en mocht hun levensverhaal vastleggen, waarbij ze onder de indruk raakte van hun doorzettingsvermogen, samenwerkingszin en wilskracht om zich te ontwikkelen ondanks alle obstakels, tegenslagen en moeilijke omstandigheden in hun thuisland. Sprenger is vastbesloten om deze ingeslagen weg in haar eigen levenssaga te vervolgen en de Kangemi-acrobaten te steunen in het realiseren van hun levensdoel: een menswaardig bestaan verdienen door het benutten van hun acrobatisch talent. In een interview met GymPOWER vertelde ze hoe en waarom het project haar passie is geworden: “I got to join an incredible group of acrobats from Nairobi!”

Kennismaking op Univé Gym Gala 2006 van KNGU

Eén van de bijzondere toevallen in haar eigen levensverhaal is, dat Sprenger op twaalfjarige leeftijd enkele van de Kangemi-acrobaten zag optreden tijdens het ‘Univé Gym Gala 2006’. Terwijl winterse omstandigheden Nederland in hun greep hielden, trad het gezelschap op in zomerse outfit tijdens het toenmalige eindejaarsgala van gymnastiekunie KNGU, in die tijd on tour in drie steden: Eindhoven, Amsterdam en Heerenveen. Te midden van de toenmalige (inter)nationale toppers uit de gymnastische sporten, – met duels en demo’s van het dames- en herenturnen, trampolinespringen, acrogym, ritmische gymnastiek, tumbling, groepsspringen en teamgym – verzorgde het gezelschap een spectaculaire ‘African pole-act’. Sprenger weet nog hoe geweldig ze het vond en hoe ademloos ze hun kunsten toen bewonderd heeft.

Ze had toen zelf nog een hele weg omzwervingen te gaan in de gymsportwereld voordat ze nader kennis zou maken met de Kangemi-acrobaten in hun thuisbasis in Kenya. Als jongste van vier kinderen was ze al op haar zesde bevangen door het turnvirus, doch vanwege het werk van haar vader is het gezin vaak verhuisd en heeft Sprenger bij diverse clubs moeten trainen. Turnen werd daardoor wel de rode draad in haar leven. De namen van de trainers die haar door die woelige periode heen coachten, spreekt ze met respect uit: Pauline Koopmans, Harry Stapel, Gabriela Wammes, Remi Lens en Karin van Wijk. Ondanks alle wisselingen koesterde Sprenger een droom als elke andere turnster. Het talent was er en de wil er hard voor te werken en de nodige trainingsuren te maken ook (17 à 24 uur per week). Met support van het thuisfront, voor zover het turnen haar opleiding en ontwikkeling niet in de weg zou staan.

Verruimde blik door immigratie naar Stockholm

Op een bepaald moment moest ze met haar ouders en broer naar Stockholm, Zweden, immigreren. Haar beste turnmaatje, haar zus Michèle Sprenger, bleef toen achter in Nederland. Al moest ze voor de clubs waar ze bij Russische en Zweedse turncoaches kon trainen in haar eentje ver reizen (anderhalf à twee uur) en beleefde ze daar een moeilijke tijd in de turnsport, toch bleef ze ervoor gaan. Naast school was turnsport haar uitlaatklep om zich te blijven uitdagen en ontwikkelen. De laatste trainer in Zweden noemt ze ook bij naam, Jonas Jackson. Door hem hervond ze de liefde voor de sport. Hij was een goede coach en supporter. Die verhuizing naar het buitenland zette haar leven volledig op z’n kop. Ze was toen een opstandige puber van vijftien en had het er heel moeilijk mee. Maar juist die grote verandering waar ze toen zoveel moeite mee had, verruimde haar blik en bracht haar nieuwe kansen, beseft en erkent ze nu.

Het bijzondere was dat ze in Stockholm op de internationale school terecht kwam, een tweede factor die haar voorbereidde op de toekomst. Het onderwijs, de sfeer, de mentaliteit, alles was anders in klassen met kinderen uit vele landen en culturen. Ze vond school eindelijk geweldig. Na het behalen van haar diploma, International Baccalaureaat aan de Stockholm International School, keerde ze op haar achttiende (alleen) terug naar Nederland, waar ze ‘International Law, International relations en Development Studies’ ging studeren aan University College Utrecht. Ze wist toen al dat ze in de toekomst graag iets wilde gaan doen in de ontwikkelingshulp in verre landen en dit was een bachelor studie die haar een goede basis en het juiste inzicht daarvoor zou geven.

Deze diashow vereist JavaScript.

‘Unfinished business’ in de Nederlandse turnsport

Intussen begon het turnvirus weer te kriebelen en in de laatste twee jaar van haar studie in Utrecht meldde ze zich bij Marco en Willemijn Niemeijer van Turn4U. Ze had nog ‘unfinished business to do’. Na alles wat ze, met de steun van haar ouders, broer en zussen, al die jaren in de turnsport had geïnvesteerd, wilde ze graag nog één poging wagen om het NK te halen in de voor haar hoogst haalbare divisie. Brug was haar sterkste en favoriete toestel, balk was het toestel dat ze wilde leren temmen. Tot twee keer toe zetten blessures rondom de NK Teams haar plannen in de vriezer, maar ondanks dat zette ze door en bereikte in 2013 individueel de halve NK-finale. Doch de rugpijn werd haar te machtig en in haar eerste oefening op het eerste toestel, vloer, moest ze de wedstrijdarena verlaten. Haar turndroom moest ze laten varen. Laat het toeval of het lot nou weer een handje meehelpen, dat ze via die studie in Utrecht de kans kreeg om onder begeleiding van Harrison Okwach Ute een stageproject te draaien bij YADEN East-Africa in Kenya bij een acrobatisch gezelschap, Pamoja Acrodance in een sloppenwijk van Nairobi.

Alle levenservaring betaalde zich daarin allemaal uit en de zin van haar saga werd haar duidelijk: het jarenlange turnen en trainen op hoog niveau, het vele rondreizen daarvoor in haar eentje, haar verruimde blik op het leven en de vele internationale contacten door de verhuizing naar het buitenland. Als jonge, blanke vrouw moest ze zich bewijzen in een jong gezelschap Afrikaanse mannen die hun sporen al wereldwijd verdiend hadden in de showacrobatiek. Met haar nette stijl, techniek, kunde en dagelijkse trainingsarbeid kon ze zich met hen meten en wist ze hen te overtuigen haar op te nemen in het gezelschap. Haar eerste kennismaking met de Afrikaanse acrobaten maakte indruk en inspireerde haar om een aantal jaar later, na een sabbatical tussen de twee studies in, bij het kiezen van een thema voor haar afstudeerscriptie voor de Master ‘International Development Studies’ aan de Universiteit van Amsterdam, een project te ontwikkelen waarbij ze haar talent en passie voor turnen kon combineren met haar onderzoek. Met groen licht van haar scriptiebegeleider, Dennis Rodgers, ging ze wederom voor een project in Nairobi, Kenya. Dit keer in een andere sloppenwijk, bij de Kangemi-acrobaten.

Gezamenlijk trainen in de ‘social hall’ van sloppenwijk

Het werd door omstandigheden nog een hachelijke onderneming om het nieuwe project voor elkaar te krijgen. Er heerste politieke onrust in het land en of ze naar Kenya kon afreizen om met de Kangemi-acrobaten samen te werken, hing voor even aan een heel dun draadje. Uiteindelijk lukte het toch en kon ze opnieuw beginnen met hetzelfde integratietraject om zich te bewijzen en hun vertrouwen te winnen om één van de stoere Kangemi-acrobaten te worden. Ze trainen in de ‘social hall’ van de sloppenwijk Kangemi, waarbij elke dag uren gezamenlijk hard getraind wordt op een knetterharde vloer zonder matjes. Uiteindelijk openden ook zij hun gelederen voor de talentvolle turnster uit Nederland. De straatjongens die zonder opleiding en zonder familie weinig kansen hadden op een menswaardig bestaan zonder drugs, geweld en criminaliteit, hadden besloten toch in te zetten op hun acrobatisch talent. Scouts uit de hele wereld kwamen kijken in Nairobi en boden hen korte contracten aan voor zomerattractieparken en eenmalige shows en gala’s. Tegen hun cultuur en natuur in, hebben ze leren vooruit plannen en sparen. Ze putten kracht uit de kortstondige succeservaringen en bovenal hun gezamenlijke samenwerkingsverband.

In een land en tijd waarin de samenleving verscheurd wordt door ‘tribalism’, geven ze een mooi voorbeeld hoe het anders kan. Ondanks dat ze uit verschillende tribes komen, helpen ze elkaar vooruit en koesteren ze de band die ze hebben door hun passie voor de showacrobatiek. ‘Performing Arts’, – showacrobatiek, dans en theater -, worden niet altijd gewaardeerd in hun cultuur, maar ze bieden wel kansen aan jongeren en helpen ze essentiële kwaliteiten en vaardigheden te ontwikkelen om de verraderlijke verleidingen van het leven van nu succesvol te weerstaan. Hun incasserings- en oplossingsvermogen is bewonderenswaardig, maar ook het steunen van elkaar door dik en dun. Het vertrouwen in elkaar en hun teamgevoel gaan verder dan de trainingszaal en de showvloer. Als team sta je er altijd en vang je elkaar op, in goede en slechte tijden. Toen ze geblesseerd raakte aan haar schouder ondervond Sprenger dit aan den lijve. Ze raakte geïnspireerd door hun verhaal en motivatie, het zijn haar superhelden geworden.

Verhaal Kangemi-acrobaten moet bekend worden

De Nederlandse jongedame die nog steeds graag turnt en zo vaak heeft moeten reizen om dat op niveau te kunnen doen, heeft haar levensdoel gevonden. Ze gaat terug naar haar nieuwe ‘tribe’. Het verhaal van de Kangemi-acrobaten moet gezien, gehoord en bekend worden. Ze beseft dat ze de wereld iets te leren hebben met hun verhaal, keuzes, samenwerking en strijd om met showacrobatiek een respectvol bestaan op te bouwen in hun eigen land. Dat wil Sprenger graag verwoorden en vertolken, met woord en daad. Iedereen ter wereld kan ze steunen: geef ze werk, laat ze optreden in een show, laat ze hun acrobatisch talent tonen, zodat ze in hun eigen land een menswaardig bestaan kunnen opbouwen en andere, jonge landgenoten het goede voorbeeld kunnen geven. Ontwikkelingshulp anno 2019, ‘with a touch of Dutch womanpower’.

Sponsoren, talentscouts en organisaties die de Kangemi-acrobaten willen helpen met trainingsmaterialen, clinics of werkcontracten voor (tv-)shows en optredens zijn van harte welkom. Ze kunnen contact opnemen met Véronique Sprenger via een PB op haar social media. Ze plaatst regelmatig foto’s van haar avonturen als acrobaat in Nairobi op haar instagram: @Veronique_Sprenger. Blijf op de hoogte van haar ervaringen en draag bij aan dit bijzondere acroproject in Afrika!

Artikel voor GymPOWER | Copyright tekst, portretfoto en interview © Therry da Silva | Copyright video en foto’s © Véronique Sprenger/© Kangemi Acrobats Kenya

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.