Een miljoentje cadeau voor turnbond?

Archieffoto © Maurice Smeets

PAPENDAL/BEEKBERGEN – De toekenning van NOC-NSF subsidiegelden 2018 in het kader van het Topsportprogramma richting de Olympische Spelen van 2020 in Tokyo, Japan, en het Opleidingsprogramma richting de Olympische Spelen van 2024 in Parijs, Frankrijk, waren voor het herenturnen € 530.000,00 en voor het damesturnen € 500.000,00. Een leuk cadeautje voor de KNGU, welke subsidie uitsluitend bestemd is voor de topsportafdeling van het Olympisch toestelturnen – één van de tien sporten die nu aangesloten zijn bij de landelijke turnbond. Zonder correcties is dit voor het jaar 2019 ook weer van toepassing alsook voor 2020.  Wat te doen met dat miljoen? Investeren in talentontwikkeling en duurzaamheid of in de medaillekoorts voor vluchtige beroemdheid op de korte termijn?

Interactie tussen medailles en toekenning subsidie

Waar gaat de jaarlijkse subsidie van NOC*NSF bij de KNGU naartoe? In ons land is NOC*NSF de grote geldgenerator voor vele sportbonden. Jaarlijks ontvangen bonden tonnen tot miljoenen aan subsidiegelden van dit instituut. De landelijke sportkoepel kent zelf twee grote inkomstenbronnen: de Nederlandse loterij Lotto en het Ministerie van VWS. De ruim één miljoen euro voor de turnsport bij de KNGU is een schijntje in vergelijking met sporten als judo, roeien, atletiek, zeilen en zwemmen die tot drie keer zo veel ontvangen met bedragen gemiddeld rond de 1,5 miljoen euro per sport per jaar.

Er zit namelijk een duidelijke interactie tussen het behalen van medailles op Olympische Spelen en de toekenning van subsidies naar bonden toe. Hoe meer medailles en prestaties, hoe meer subsidie. Dit betekent dus dat als de turnbond ook na de komende Olympische Spelen 2020 de hoeveelheid subsidie wil blijven ontvangen er gepresteerd moet worden met medailles in het heren- en damesturnen.

Structureel investeren in ontwikkeling jeugd

Foto © Mariska Werring

Ergens is het hierboven genoemde een vreemde ontwikkeling, want de huidige sporters hebben hun niveau al, maar wil je vooral de jeugd van nu de nieuwe generatie toppers laten worden, dan moet daarin geïnvesteerd worden. Blijkbaar krijg je pas geld van het NOC*NSF als sportbond, als je sporters het goed doen op de Olympische Spelen, maar wat heeft de volgende turngeneratie daar aan?

Investeren in de turnsport begint bij de allerjongsten en dat duurt  een jaar of acht tot twaalf voordat zij zover zijn dat ze op het hoogste niveau mee mogen en kunnen participeren. Hierdoor lijkt de subsidie van NOC*NSF een korte termijn planning en staat deze niet garant voor een langdurige inzet binnen de turnsportbond. Immers als Sanne Wevers en Epke Zonderland de komende Olympische spelen geen medailles zouden halen, zal de subsidie direct minder worden, kunnen de sportprogramma’s voor de jeugd dag zeggen tegen hun gelden en kunnen deze worden stopgezet.

Geluk van aantal natuurtalenten door de jaren heen

Welke bond zal zo in staat zijn om ooit tot een structurele opbouw van topsporters te komen tenzij je het geluk hebt door de jaren heen een aantal natuurtalenten te hebben die zelfs zonder ondersteuning aan de wereldtop komen. Slechts op die manier blijf je als bond je budgetten behouden en kun je voor de toekomstige generatie een basis leggen gedurende jaren.

Dit overkwam zwembond KNZB met opeenvolgende talenten als Pieter van den Hoogeband, Inge de Bruijn en Ranomi Kromowidjojo waardoor ze jarenlang extra gelden vanuit NOC*NSF kon ontvangen en bijna zestien jaar lang hierdoor met extra gelden ontwikkelingsprogramma’s heeft kunnen neerzetten voor toekomstig talent. Tot 2016. Door de tegenvallende resultaten op de Spelen van Rio de Janeiro moest de KNZB 240.000 euro inleveren op de begroting, alhoewel door het succes van Uschi Freitag in Rio er wel verrassend geld uitgetrokken werd  voor deze artistieke tak van de zwemsport.

Of je moet je sport centraliseren op Papendal, zoals judo. Alhoewel er onder de maat der verwachting werd gepresteerd op de Spelen van Rio de Janeiro, kreeg die sport toch nog 150.000 euro meer.

Criteria verdeling gelden NOC*NSF 2016-2020

In 2012 erkende NOC-NSF bij monde van haar technisch directeur Maurits Hendriks dat er bij de verdeling van gelden is gekeken naar de potentie en mogelijkheden voor een periode van vier tot acht jaar omdat Nederland in die periodes in de top tien wil staan tijdens de Olympische Spelen.

Die doelstelling is met het behalen van de elfde plaats op de olympische zomerspelen 2016 niet gelukt, maar tijdens de Winterspelen in 2018 met een vijfde plaats wel. Om de doelstelling voor de Zomerspelen alsnog te behalen zal Nederland in 2020 een plaats bij de eerste tien landen in de medaillespeigel van die Olympische Zomerspelen in Tokyo, Japan, dienen te behalen.

Na 2016 is voor de duur van de nieuwe Olympische periode wel een aantal aspecten gewijzigd binnen het NOC*NSF; zo is er nu ook het doel om ontwikkelingsprogramma’s en programma’s voor sporters vanaf acht jaar te ondersteunen, zij het dat dit subsidies zijn die los aangevraagd dienen te worden. Jaarlijks kunnen sportbonden op basis van het vastgestelde bestedingsplan aanvragen indienen voor het jaar erop en dienen deze aanvragen overeen te komen met het vastgestelde beleid uit het bestedingsplan. Bonden dienen achteraf verantwoording over de extra ontvangen subsidies af te leggen.

Doelstellingen 2020 – opleiding of topsport

Het blijven echter jaarlijkse aanvragen en geen structurele toekenningen en dan staat de doelstelling in schril contrast met de korte termijn doelstelling van diezelfde NOC*NSF die niet de intentie heeft om een ingeslagen programma voor lange duur te financieren. Grote vraag is dus ook na de Olympische Spelen van 2020 wat de criteria van NOC*NSF zullen zijn in haar uitgangpunten voor de verdeling van de topsportbudgetten naar de bonden toe voor de periode daarna en of ze genegen zijn om dit voor langere duur dan vier tot acht jaar te doen zodat je echt het talent van jongs af aan kan ontwikkelen.

Eigenlijk is het ook vreemd dat een bond pas geld krijgt als er gepresteerd  wordt door een individueel natuurtalent die geen talentontwikkeling heeft gehad maar het op eigen houtje heeft geklaard. Een bond zou de mogelijkheid moeten hebben om juist meer talent op te leiden en door middel van de ontvangen subsidies aan talentontwikkeling te doen en ze daarmee medailles laten winnen. Hiermee leg je een bodem voor structureel succes binnen een bond en laat je ook topsporters tot hun recht komen die net een extra zetje nodig hadden en niet het natuurlijke talent hadden om het op eigen kracht te doen, maar op deze wijze wel tot dezelfde prestaties te kunnen komen.

Wat overigens bijzonder blijft is dat de zeilsport al acht jaar lang van NOC*NSF de meeste subsidie ontvangt uit het topsportpotje van NOC*NSF terwijl de bijdrage aan de medaillespiegel daar  niet naar is. Ook is de zeilsport geen grote sport, in elk geval kleiner dan de gymnastiek en het turnen.

Foto © Maurice Smeets: briefing Team Nederland dames op zomerinterland 2018 in Thialf Heerenveen

Wat doet de KNGU eigenlijk met al die ontvangen gelden?

Van een sportbond mag je verwachten dat er beleid gemaakt wordt omtrent de topsport. Hoe gaan we om met de huidige topsport en hoe zorgen we dat toekomstig talent zich kan ontwikkelen richting de topsport. Voor herenturnen is hier volgens NOC*NSF een budget beschikbaar voor van € 530.000,00 en voor het damesturnen een budget van € 500.000 tot 2020.

Op de site van de turnbond KNGU alias ‘DC Dutch Gymnastics’ is onder het kopje topsport terug te vinden dat de bond inzet op de doelstelling om met het damesteam structureel bij de eerste twaalf teams van de wereld te behoren, dus niet alleen een enkele keer. Om er te komen dienen er minimaal tien turnsters in het nationale damesteam te zitten die een minimum aantal punten van 54 moet kunnen turnen.

Topsportbeleid KNGU en technische leerlijnen turnen

Om dat te realiseren zijn er technische leerlijnen uitgezet waarbij het frappant is om te zien dat die juist wel bedoeld zijn voor hele jonge kinderen. Dus in tegenstelling tot NOC*NSF die op de korte termijn investeert is de KNGU wel bezig om voor de lange duur te investeren, beginnend bij de allerkleinsten. Zodra de turnster bij de jeugd komt, wordt het programma voor de betreffende sporter namelijk meer individueel gericht en staat in het teken van op de persoon gerichte ontwikkeling naar senior turnster en haar status.

Nergens op de website van de bond is te vinden hoe het beleid van het herenturnen ten aanzien van ontwikkeling of beleid omtrent talentontwikkeling in zijn algemeenheid bij deze tak van de sport is vormgegeven. Gezegd moet worden dat in alle beleidsplannen de noodzaak van een dienstverlenende bond naar haar leden toe wel is doorgedrongen. Ook dat de bond een duidelijke meerwaarde zou moeten hebben: een enorm pluspunt dat tegemoet komt aan de jarenlange kritiek dat leden zich afvroegen waarom ze eigenlijk lid waren van de bond.

Subsidie NOC*NSF voor het turnen bij KNGU in 2019

Navraag bij de bond waar alle ontvangen NOC*NSF gelden voor worden ingezet leverde meer duidelijkheid op. In alle openheid gaf de bond informatie vrij en inzicht in de subsidies die zij ontvangen van NOC-NSF voor het jaar 2019.

De topsport ontvangt klaarblijkelijk een miljoen aan subsidie waarmee de bond inzet op onder andere een integraal meerjarige topsport-, en een wedstrijd- en talentontwikkelingsprogramma. Dit betekent dat niet alle gelden ingezet worden voor de huidige topsporters maar ook een deel van de gelden wordt ingezet voor de ontwikkeling van nieuwe en jonge talenten zoals we al konden opmaken uit de eigen teksten van de bond op haar website (althans ten aanzien van het damesturnen).

Basis voor toekomstige talenten en plezier turnliefhebbers

Hier mogen we als turnliefhebbers blij mee zijn omdat daarmee een basis voor toekomstige talenten neergelegd wordt en het de mogelijkheid geeft om een land als Nederland ook in de toekomst op een redelijk turnniveau te behouden. Het geeft  niet de zekerheid dat er uit de middelen voor langere tijd een programma neergezet kan worden maar zolang het de bond gegeven is de gelden te ontvangen kan een dergelijk programma in ieder geval lopen.

Met een beetje geluk en dankzij het plukken van de eerste vruchten van het talentenprogramma kunnen de successen en daarmee de inkomsten worden voortgezet in de komende periode.

 

Totale begroting KNGU in 2019 bedraagt 11,5 miljoen

Daarnaast ontvangt de bond naar eigen zeggen voor het huidige jaar 2019 nog een extra € 900.000,00  aan subsidie van het NOC*NSF voor niet-topsport gebonden activiteiten zoals onder andere sportparticipatie, kaderontwikkeling en brancheontwikkeling. Dit betreft dus activiteiten die voldoen aan de uitgangspunten zoals NOC*NSF die gesteld heeft. In totaal wordt dus 1,9 miljoen euro ontvangen van NOC*NSF op een totale begroting van ruim 11,5 miljoen euro van ‘DC Dutch Gymnastics’.

Voor bonden zou het een zegen zijn als er de mogelijkheid is om werkelijk een lange termijn beleid neer te kunnen zetten en voor periodes van in ieder geval twaalf jaren een opleidings- en ontwikkelingsprogramma te kunnen invullen zodat de bond ook echt aan de toekomst van diverse sporten kan gaan bouwen of voortzetten en daarmee een fundament voor langere duur.

Vluchtige beroemdheid en medaillekoorts versus duurzaamheid

Te vaak zien we in Nederland dat een bepaalde sport even in de belangstelling staat dankzij individuele prestaties van een sporter maar daarna weer in de vergetelheid geraakt door het ontbreken van een goede basis voor nieuw talent en we weer reikhalzend uitkijken naar een nieuw opgestane vedette die het op eigen kracht naar de top heeft weten te maken. Geen langdurig beleid om sporten en sporters voor zeer lange periode een duurzaam succes te kunnen laten meemaken.

Er zijn landen die ook jarenlang dezelfde soort medaillekoorts en wedijver hebben gekend maar het roer hebben omgegooid door te investeren in een duurzame toekomst en het voor lief nemen een decennium niet in de top van de medaillelijsten te staan, om vervolgens daarna wel een aantal decennia achter elkaar weer in de hoogste regionen voor te komen.

Het NOC*NSF en haar ledenvergadering van sportbonden zouden hier een goed voorbeeld aan kunnen nemen. Immers als de aarde in 2050 nog niet is opgewarmd en we nog steeds leven ondanks alle CO2-uitstoot willen we ook tijdens de Olympische Spelen genieten van onze turntalenten.

Artikel © GymPOWER | Tekst © Eric Boonstra-Holland | Credit archieffoto’s © Maurice Smeets, © Mariska Werring en © Casper Beijn onder persaccreditatie van © GymPOWER

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*