Persco KNGU over traject Tokyo 2020

Deze diashow vereist JavaScript.

PAPENDAL – In een vergaderzaal van het sporthotel in Papendal, met een creatieve trap die de stappen op weg naar de Road2Kyo fijntjes onderschrijft, gaf turnbond KNGU – a.k.a. DC Dutch Gymnastics – op dinsdag 26 maart 2019 om 13:00 uur een persconferentie voor een select gezelschap journalisten. Technisch directeur Mark Meijer had de belangrijkste kopstukken van zijn staf van het topsportbeleid – de twee bondscoaches, de programma-coördinator en de persvoorlichter – meegenomen om uitleg te geven over het traject dat de turnbond zich heeft uitgestippeld richting de Spelen van 2020 in Japan. Er werd gesproken en er werden vragen gesteld over vele brandende kwesties: de aangepaste,  ingewikkelde regels van de internationale gymnastiekfederatie (Fédération Internationale de Gymnastique – FIG) voor het Olympisch kwalificatietraject; de leden en deelteams van de Oranjeselectie en hun status versus de merknaam ‘The Force is Grace’ (TFIG); de eigen plannen en planning van de KNGU in de voorbereiding op het WK 2019 in Stuttgart inclusief de richtscores voor de dames; de (on)mogelijkheden van Yuri van Gelder, het hereninstroomteam en de eerstejaars senior dames voor hun Olympische droom; de aangename revelaties bij de dames èn de heren in 2018; de hernieuwde samenwerking tussen de KNGU en Frank Louter; de intern afgesproken modus over veilig sporten; en apart van dit alles ook de afgeschafte topsportstatus van het trampolinespringen.  

Bepakt en bezakt met vele vragen die binnenkwamen bij de Sportredactie van GymPOWER – waarvoor dank – schoven we aan bij het uitgelezen gezelschap van collega-journalisten – waaronder ook voormalig bondscoach van Oranje en NOS-sportverslaggever Hans van Zetten en Gymsport.nl & NSP-columnist John Volkers van De Volkskrant – die al druk in overleg waren met de KNGU-kopstukken. Positief was dat de KNGU in deze persconferentie voor transparantie koos en dat vervolgens zowel de bondscoaches Gerben Wiersma en Bram van Bokhoven als technisch directeur Meijer ruim de tijd namen om naast ronde-tafelgesprekken met de andere journalisten in interviews uitgebreid in te gaan op de vragen van GymPOWER.

In een redelijk sobere omlijsting heette de jongste technisch directeur van de KNGU de aanwezigen welkom en gaf gelijk de microfoon door aan routinier in het vak, als programma-coördinator turnen in dienst van de KNGU en tevens als internationaal jurylid al jaren lid van de Oranje-selectiecommissie Jitske Vasbinder, die de taak had om de interpretatie van de KNGU van de aangepaste en ingewikkelde kwalificatieprocedure in het turnen voor de Olympische Spelen van Tokyo 2020 uit de doeken te leggen. Af en toe vrijwillig gesecondeerd door Van Zetten op de eerste rij, die uiteraard kan putten uit een rijk boekwerk aan vergaarde turn- en FIG-kennis door de jaren heen.

Uitleg Olympische kwalificatieprocedure

Er zijn zeven FIG-criteria waarop landen hun teams c.q. individuele turners en turnsters kunnen laten kwalificeren voor de Spelen van 2020 in Tokyo. Er is een aanpassing op eerder gecommuniceerd beleid dat het traject voor team en individuele specialisten niet los staan van elkaar. In principe komt het er op neer dat wie zich op het WK van 2018 of op het WK van 2019 met een landenteam kwalificeert voor Tokyo 2020, niet meer in aanmerking komt om zichzelf via de andere zes criteria individueel te kwalificeren. Op zich geen punt, want dat is voor zowel de Oranje dames als de heren het grote doel van de KNGU. Doch indien het eigen landenteam het niet haalt, kan een turner of turnster toch in de running blijven voor Olympische kwalificatie en op tig manieren via individuele ranking bepaald op basis van deelname aan WK’s (2018, 2019) alsmede ook aan de EK 2020 en de World Cups (niet te verwarren met World Challenge Cups, deelname daaraan telt niet mee voor Olympische kwalificatie) in 2019 en 2020.

[Vandaar dat in februari en maart 2019 op kosten van de KNGU Bart Deurloo aan de World Cups voor meerkampers (zes toestellen) heeft deelgenomen (Greensboro, Stuttgart, Birmingham en Tokyo) en zes van de andere zeven Oranjeturners in het kernteam – Epke Zonderland, Casimir Schmidt, Michel Bletterman, Bram Louwije, Bram Verhofstad en Rick Jacobs – (de geblesseerde Frank Rijken is al vanaf het begin niet in dit rijtje opgenomen) aan de World Cups voor specialisten (Melbourne, Bakoe en Doha). Alhoewel Zonderland in principe alleen op twee van de zes toestellen turnt (rek en brug) wordt hij als Oranje-teamlid gezien en niet als specialist). Hij heeft zo, net als Deurloo, mocht het niet lukken met het Oranjeteam, dan sowieso via de zes andere FIG-criteria alsnog de kans om zich te kwalificeren voor zijn vierde Spelen. Ringenspecialist Van Gelder moet aan de instroomrichtscore van rond de 15+ punten voldoen bij deelname op eigen kosten aan de World Challenge Cups, wil hij hier in theorie – als de bondscoach zich nog laat vermurwen – nog enige kans kunnen maken om voor de vijfde keer voor kwalificatie voor Spelen te gaan. Bij de dames heeft Wiersma er kennelijk (nog) niet voor gekozen om het traject via de World Cups te volgen en wordt alles gezet op kwalificatie van het Oranjeteam. Al zou als specialiste waarschijnlijk alleen Sanne Wevers hiervoor in aanmerking kunnen komen en die is op het moment geblesseerd. Wel staan er mogelijk een aantal World Challenger Cups in september op het programma in combinatie met een trainingsstage en na het WK een stage in Japan.]

Als het landenteam het wel haalt, heeft de bondscoach nog steeds de keus wie hij uiteindelijk selecteert in het team dat daadwerkelijk zal deelnemen in Japan. Pas vlak voor de Spelen zal duidelijk worden wie uit welk land mag turnen op het hoogste wereldpodium. Door de overige zes verschillende ‘individuele’ criteria, die bij elke wijziging in de lijst één voor één afgegaan en afgevinkt moeten worden en doordat landen in bepaalde gevallen tot op het laatst kunnen kiezen wie ze afvaardigen naar de Spelen, heeft dat direct invloed op de afvaardiging van andere landen en kunnen sporters die ergens onderin op een ogenschijnlijk kansloze positie stonden, alsnog in aanmerking komen. Voor de allerlaatste plek op de Spelen kan de IOC zelfs in een speciaal geval een sporter een Olympische ‘wild card’ bezorgen, waarna door het aanwezige journaille gelijk opgemerkt werd dat dat wellicht dit keer echt naar Van Gelder kan gaan.

De Olympische kwalificatieprocedure geeft een ongemakkelijk uitgangspunt en langdurige onzekerheid in de sport waarin al veel nooit 100% procent vaststaat en van het ene op het andere ogenblik alles op z’n kop kan zetten door een niet in te schatten gebeurtenis, bijvoorbeeld een blessure. De FIG is volgens de KNGU ook niet bepaald gelukkig met dit zelf bedacht kwalificatiesysteem, maar kon er van het IOC niet meer (helemaal) op terug komen voor deze Olympische cyclus. Er werd geopperd dat hiervoor gekozen is, omdat dan meer landen en continenten een kans krijgen op deelname aan de Spelen, maar Van Zetten opperde – met algehele bijval – dat het ingegeven kan zijn uit commerciële motieven, omdat de nieuwe opzet vooral in het belang is van de organisatoren van de dure World Cups die zodoende – als onderdeel van het Olympisch kwalificatietraject – meer deelnemers zullen trekken.

De bondscoaches gingen daarna in hun eigen deel van de KNGU-presentatie in op hoe die FIG-kwalificatieregels door hen zijn geïntegreerd in hun programma en planning. Van Bokhoven legde uit, dat zowel deelname aan World Cups als World Challenger Cups z.i. eigenlijk van geringe waarde zijn voor het doel ‘kwalificatie van het team’. Het wordt door hem meer gezien als een reservetraject voor Epke Zonderland en als wedstrijdervaring en trainingsmoment voor de andere turners. Net als het ‘individuele’ EK 2019 in Szczecin in Polen wat hem betreft ondergeschikt is aan het traject naar WK 2019, het Olympisch kwalificatietoernooi dat in plaats van aan Rotterdam aan Stuttgart werd toegekend.

Wiersma legde uit dat zijn voorstel tot kwalificatiewedstrijden door de Oranjeturnsters en andere -coaches werd afgewezen tijdens een speciaal hiervoor gehouden winterkamp met alle Oranjeturnsters in Stuttgart. De dames werken liever vanuit een aangewezen status in alle rust en zonder prestatiedruk naar het momentum van het WK in Stuttgart. De hoge gemiddelde leeftijd van het team biedt volgens Wiersma het voordeel dat turnsters mondiger zijn, meer inspraak hebben en zelfregulerend zijn. Aan de hand van hun input hebben Wiersma en Vasbinder het voorbereidingsprogramma opgesteld.

Leden en teams van de KNGU-Oranjeselectie

Wiersma hanteert een ‘ranking’ van veertien turnsters, waarbij de oudste c.q. langst turnende – hij noemt ze ‘zijn routiniers’- een beschermde positie hebben en dit voorjaar conform de wens van de dames verschillende wedstrijden toegewezen kregen in voorbereiding op het WK annex Olympisch kwalificatietoernooi dit najaar in Stuttgart. De overige vijf turnsters, de nieuwe lichting (eerstejaars) senioren geboren in 2003 (vier uit Almelo en één uit Amsterdam) moeten zich van de bondscoach met name richten op het traject richting de Spelen van 2024 en 2028. Of ze moeten hem persoonlijk heel erg verrassen dit voorjaar tijdens een training waar hij komt kijken. Winst op het NK of de internationale wedstrijd waar ze aan mogen meedoen, de FIT Team Challenge Cup in juni in België, telt niet mee voor zijn besluit, benadrukte hij. Wiersma verwacht op zich nog geen verrassingen dit jaar, omdat ze nog hun D-scores moeten opschroeven en hij daarom nog geen topprestaties van hen verwacht op de (inter)nationale wedstrijd(en). Doch hij sluit het niet geheel uit.

Sanne Wevers en Vera van Pol zijn nu niet fit en kunnen niet aan het EK deelnemen, anders had hij zijn beste team in Szczecin gehad. Van de Pol moest zich aan een stressbreuk in haar linkervoet laten opereren begin dit jaar. Sanne Wevers herstelt net als eerder zus Lieke op Tenerife van een medisch kennelijk onverklaarbare blessure (- “Het is beslist geen slijtage, maar hoe het zit, moeten jullie haar zelf vragen”, beantwoordde Wiersma de vragen hierover). De verwachting is dat ze allebei voor het WK van Stuttgart weer helemaal fit zijn. In plaats van deze twee turnsters gaat Sanna Veerman, die reserve was, naar het EK. Ze krijgt hiermee haar kans om echt te debuteren op de wedstrijdvloer van een groot toernooi, op het WK in Doha stond ze langs de lijn als reserve. Goed voor het vertrouwen en de ervaring. Veerman gaat twee toestellen doen op het EK. Gezien haar D-score op brug verwacht Wiersma vooral op dit toestel een mooie prestatie. De bondscoach wilde geen vierde plek invullen. Kirsten Polderman mocht alsnog toch meedoen met het Oranje-EK-team aan de DTB Pokal Team Challenge Cup recent in Stuttgart (niet de World Cup), maar dat was gewoon omdat Nederland anders geen team zou hebben en zich dan terug had moeten trekken uit de wedstrijd. De wedstrijd diende voor Polderman niet als test voor het EK.

Met Tisha Volleman gaat het goed. Ze gaat nu wel twee sprongen doen op het EK, althans als het uitkomt. In Stuttgart was de wedstrijd om 8:00 uur ‘s morgens, dat was daarvoor niet bevorderlijk. Wiersma is heel benieuwd naar wat Thorsdottir gaat doen op EK in Polen. Ze is volgens hem in vorm en heeft in Stuttgart op diverse toestellen een nieuw element of nieuw programma (vloer) getest. Ze heeft haar zenuwen onder controle leren houden, is volwassener geworden en is geestelijk gegroeid, vindt Wiersma. Desgevraagd had ze geen last gehad van het feit dat er een onderzoek is gedaan bij haar thuisclub SV Pax Hoofddorp naar grensoverschrijdend gedrag van de trainers. Tweevoudig Olympiër Céline van Gerner en revelatie van 2018 Naomi Visser zijn aangewezen om deel te nemen aan de prestigieuze Europese Spelen van 24 tot en met 30 juni 2019 in Minsk. Wiersma hoopt dat ze dit jaar een mooi vervolg kunnen geven aan hun mooie prestaties in 2018. Polderman gaat met Elze Geurts naar de Universiade  van 5 tot en met 15 juli 2019 in Napoli, Italië. [Voor Geurts haar derde Universiade, de Olympische Spelen voor sportende universiteitsstudenten; dit keer geen Oranjeteam zoals twee jaar terug met Denise Tan, Anne Klein, Vera van Pol en zus Nadieh van Pol dat toen als vijfde eindigde].  Zowel Polderman als Geurts mogen ook deelnemen met de eerstejaars senioren geboren in 2003 aan de FIT Team Challenge Cup op 8 en 9 juni 2019 in Gent, België, en aan het NK in Rotterdam Ahoy.  Voor alle turnsters zijn specifiek de genoemde wedstrijden aangewezen in overleg met de groep turnsters zelf, in het kader van de nieuw gekozen werkwijze tijdens de winterstage van het Oranjeteam. Kwalificatiewedstrijden worden voor EK- en WK-team worden niet gehouden.

De turnsters geboren in 2003, – Sara van Disseldorp, Vera Jonker, Laura de Witt en Astrid de Zeeuw – getraind door Frank Louter bij TON Almelo en Juliette Pijnacker, getraind door Wolther Kooistra van Turnz Amsterdam Gymnastics, hebben nog geen status en moeten zich nog bewijzen. Er is een nauwe samenwerking met Kooistra èn Louter. Met de laatste is de samenwerking volledig genormaliseerd. Vorige keer was hij al mee en als de gelegenheid zich nu voordoet, is hij ook van de partij. Met de routiniers tot en met plaats 9 (dus ook Polderman en Geurts)  is een regeling afgesproken met instroommoment en uitstroommoment van minimaal een jaar, voor Lieke Wevers is een aparte afspraak tussen NOC*NSF en de KNGU om haar te ondersteunen. Thorsdottir had het geluk dat haar instroommoment inging net voor het moment dat ze haar hand brak vlak voor het EK vorig jaar en ze nu weer op tijd klaar is voor het volgende turnjaar. Wiersma ziet zich thans als onafhankelijke bondscoach die niet verbonden is als clubtrainer aan zijn club in Heerenveen. Daar zijn José van Veen en zijn vrouw Janneke Wiersma-Bloembergen de clubtrainers. Tussendoor gevraagd of hij inspiratie opdoet aan het succes van Nina Derwael uit België, verklaart hij dat er net zoals met Duitsland ook veel wordt samengewerkt met het topsportprogramma turnen in dat land – onder leiding van bondscoach Yves Kyffer en zijn vrouw -, maar dat ieder land een eigen programma en werkwijze hanteert. Wiersma bewondert Derwael wel om haar progressie en ontwikkeling op met name brug en balk, al is ze ook sterk in de meerkamp. Wiersma ziet de Europees en wereldkampioene op brug mogelijk nog Olympisch kampioen worden.

Van Bokhoven werkt met een kernteam, een instroomteam – Jermain Grünberg, Loran de Munck, Wesley de Haas, Tim Goedkoop, Lars Vos en Luuk Huernink – en een specialistenteam (waarin niemand nu in zit, ook Van Gelder niet). Jacobs is al jaren senior maar heeft zich de laatste tijd verrassend goed ontwikkeld en nu er vorig jaar ruimte is gekomen door het afscheid van Anthony van Assche en Boudewijn de Vries van Oranje, heeft hij de kans gekregen en die heeft hij dit jaar al goed benut met mooie resultaten op de World Cups. Hij is de nieuwste aanwinst in het kernteam en wordt met trots gepresenteerd door de bondscoach. Van Bokhoven is blij dat hij Jacobs – in samenwerking met trainer/coach Daniel Knibbeler – heeft kunnen motiveren door te zetten om het beste uit zichzelf boven te halen. De bondscoach benadrukt dat veel turners een speciale benadering nodig hebben om het nodige zelfvertrouwen en de juiste stimulans te krijgen. Daarom was hij heel blij dat Loran de Munck mee deed aan de enige kwalificatiewedstrijd onlangs in Amsterdam. De Munck heeft de potentie om zich goed te ontwikkelen richting een vaste waarde in het grote Oranje. Verdere input vanuit het instroomteam verwacht Van Bokhoven niet tot aan het WK van Stuttgart c.q. de Spelen van Tokyo 2020. Er zijn volgens Van Bokhoven te weinig startplekken op internationale toernooien om ze meer ervaring te laten opdoen. Het instroomteam met jonge senioren moet zich hoofdzakelijk richten op de Spelen van 2024 met het gebruikelijke huiswerk voor turnsporters: D-scores opschroeven, routine en netheid van oefeningen perfectioneren.

Tijdens de persconferentie sprak Van Bokhoven het vertrouwen uit, dat ze zich als team gaan kwalificeren voor de Spelen van Tokyo 2020. Aan het eind van het gesprek achteraf met GymPOWER, deelde Van Bokhoven dat hij nog wel zorgen heeft naar aanleiding van de analyse van het op zich succesvolle WK, zoals de scores op vloer en sprong. Qua back-up is het Oranjeteam kwetsbaar. Er hoeft maar iemand geblesseerd te raken en de kwalificatie op het WK 2019 voor de Spelen van Tokyo 2020 kan dan op losse schroeven komen te staan, omdat er geen reserves zijn die de opengevallen plekken kunnen opvangen. Toch ziet hij het niet als oplossing om de jongens uit het instroomteam alvast zo veel mogelijk (internationale) wedstrijdervaring te laten opdoen. Dat komt er ook wanneer mogelijk, maar wanneer de gelegenheid zich voordoet. De startplekken zijn gering.  Ze moeten nu aan de moeilijkheid en netheid van hun oefeningen werken.

Van Gelder, instroomrichtscores en prestatiedoelen

Bondscoach Bram van Bokhoven heeft Van Gelder niet in het Oranjeteam voor specialisten opgenomen, omdat hij vindt dat Van Gelder op de vier World Challenger Cups van 2018 waarop hij turnde – na twee jaar verplichte sabbatical – te lage scores heeft neergezet om serieus in beeld te zijn (cijfers gemiddeld rond de 14,3). Dat kan het voor Van Bokhoven pas worden als Van Gelder 14,9 of 15 punten of meer scoort op de World Challenger Cups van 2019. Op zich hebben deze geen status in het Olympisch traject naar Tokyo 2020, maar door hier op eigen kosten aan mee te doen kan Van Gelder zich in beeld brengen om zich via de laatste drie World Cups alsnog te kunnen plaatsen. Al vindt Van Bokhoven dat theoretisch geredeneerd. De hoogte van zijn behaalde scores is volgens de bondscoach het enige motief waarom hij zijn pupil tot de Spelen van 2016 (nog) niet heeft willen inschrijven voor de World Cups die de Olympisch finalist van 2016 een kans zou geven op de volgende Spelen in Japan. Volgens Van Bokhoven is het contact goed, spreken ze elkaar één keer per week en heeft Van Gelder nog wel de ambitie maar heeft de bondscoach daar nog onvoldoende feitelijk bewijs van gezien.

Van Bokhoven wil op het EK met een goed team staan, al is Bart Deurloo er niet bij omdat hij aan de finale van de World Cup in Japan meedoet. Aan deelname aan de Europese Spelen en de Universiade, waar de Oranjeturnsters wel voor kozen, heeft hij geen behoefte. Hij hecht aan de traditionele werkwijze die al twee decennia goed gaat. Van Bokhoven hoopt dat hij er na de voorbereiding met een team staat op het WK dat de klus weet te klaren. Opmerkelijk is dat de bondscoach tijdens de persconferentie opmerkte, dat bij de evaluatie van het WK naast kwetsbaarheid in de back-up de teamscore ook op vloer en sprong tekort kwamen door afwezigheid van Verhofstad. “Als er één van de heren weg valt, heb je geen team.” In het gesprek met GymPOWER achteraf memoreerde hij hoe hij Verhofstad tussen een grote groep talenten in Den Bosch heeft opgeleid en heeft zien opgroeien tot een uitstekende turner met grote waarde voor het team en dat met een minder jaar tussendoor hij zeker geduld heeft omdat de turner nog steeds veel in zich heeft en kan bieden. Een persverklaring van de KNGU meldt dat Verhofstad vanwege een op de World Cup van Doha opgelopen rugblessure zich nu moet terugtrekken uit het EK-team en zich verder zal richten op de WK in Stuttgart. Van Bokhoven zal zich beraden en zal komend weekend bekend maken of hij nog een turner zal oproepen om zich bij de selectie te voegen, voordat het team naar Polen afreist op 7 april 2019.

Over de instroomrichtscores van het Oranje-kernteam voor de heren wordt verder niet gesproken, die voor de dames wel maar die zijn prestatiedoelen. Wiersma verklaarde dat hij uit gaat van relatief lage gemiddelde teamscores, gebaseerd op de vorige cyclus, om op weg naar de Spelen kans te maken op een toppositie als land. Specifiek aan GymPOWER legde hij uit, dat nog lagere richtscores voor het team staan als ambitie voor top 8, maar wellicht daarvoor op zich niet voldoende hoeven te zijn. Belangrijker vindt hij wat de daadwerkelijke D-scores individueel zullen worden op de grote toernooien, omdat je op de WK in de top 3 van elk toestel pas kan zien welke scores daar echt door topturnsters uit andere landen worden gehaald. De vraag of hij zich met richtscores op subtop of top richt, bleef vooralsnog onbeantwoord.

Het voortraject richting de Olympische kwalificatie op het WK turnen (van 4 tot en met 13 oktober 2019) in Stuttgart, Duitsland, loopt door tot aan de zomer (juli). In augustus en september 2019 worden in Heerenveen – waar turnen op toestellen op podium gerealiseerd kan worden – twee maanden lang centrale trainingen, stages, een testwedstrijd en een aantal interlands (op 7 en 21 september 2019 voor de heren (tegen Spanje, Frankrijk en wellicht ook België en Australië) gehouden voor zowel de Oranjeturnsters als de -turners, in de aanloop naar de allesbeslissende WK. De Oranjeturners gaan overigens in juli ook nog op trainingsstage in Italië. De data en deelnemende teams van de interlands voor dames is nog niet vastgesteld. Er wordt in augustus een interne wedstrijd gehouden met belastingstraining, wat ook een uitstroommoment inhoudt.

Veilig sporten, marketing en financiën topsport

Desgevraagd stelde technisch directeur Mark Meijer dat de verandering van bestemming van topsportgelden [trampolinespringen is geen topsport meer vanaf 2019] niet wordt ingegeven door een wens om meer geld aan het uitgebreidere Olympisch trajectprogramma voor het turnen te geven. Dat zou zelfs niet kunnen volgens hem omdat dat gescheiden financiële stromen in de KNGU-boekhouding zijn.

Hij kreeg opdracht van KNGU bij zijn aanstelling of de investering in trampolinespringen het waard was voor 2019-2020 en op basis van zijn bestuurservaring in CTO Zuid en zijn bevindingen, cijfers en feiten, concludeerde hij van niet. Hij bevestigt dat het besluit van de beëindiging van de status als topsport van het trampolinespringen door hem is genomen. In een tweede artikel op GymPOWER is zijn uitgebreide uitleg van de motivatie tot dit besluit verder uitgeschreven.

Wiersma toonde tijdens zijn presentatie een dia met daarop de visie met de vijf P’s. Turnsters hebben tijdens het winterkamp in Stuttgart hierin meegedacht en kwamen tot de conclusie dat gestreefd moet worden om een aantal zaken aan te scherpen: de overgang van kind-imago tot volwassen/professionele uitstraling voor de sport, de eerder genoemde ‘zelfregulerende’ sporters en de vraag ‘waarvoor staan we’. De laatste werd beantwoord met de kernwaardes: ‘respect, samen en veilig’. Het lijkt erop dat de Oranjeturnsters intern een modus hebben afgesproken hoe om te gaan met onveilige situaties die zich in het damesturnen zouden kunnen voordoen. Op de vraag of dat ook geldt voor de turnsters die niet in het kernteam zitten, werd gezegd dat deze hier ook nog bij betrokken moeten worden.

Wiersma beëindigde zijn relaas met dat hij van de oude foto’s van 2015 en 2016 (met een commercieel logo) af wil en nieuwe juichfoto’s wil in 2019 en 2020. In het kader van de ban op commerciële fotografen bij KNGU-wedstrijden en het feit dat de Oranjeturnsporters hun portret- en publicatierechten aan de KNGU kennelijk hebben moeten overdragen, een saillant detail. Wiersma benadrukte desgevraagd dat ‘The Force is Grace’ [het vorig jaar geïntroduceerde PR- en marketingproject van de KNGU om het succes van het Oranje topturnen te benutten], niet gelijk staat aan de Oranjeselectie en wil dat vanaf nu beter gaan uitleggen. Ook heeft de KNGU volgens hem in overweging om iedereen in de Oranjeselectie deel te maken van ‘The Force is Grace’. Dat was tot nu toe volgens hem niet het geval.

De diapresentatie van de KNGU is te bekijken via de fotogalerij bovenin dit artikel.

Nawoord:

Over het besprokene in deze persconferentie heeft GymPOWER interessante en relevante quotes van de betrokken Oranjeturnsters en turners:

  • Sanne Wevers, over analyse Glasgow, blessure en haar besef van veilig sportklimaat.
  • Lieke Wevers over haar rotsvaste overtuiging alsnog op klaar te zijn voor WK en opname in het team
  • Yuri van Gelder over zijn bevindingen op de vier World Challenger Cups in 2018 en zijn ambitie voor 2019 en 2020, die niet parallel loopt met de eis van de bondscoach en zijn wens zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen van Tokyo 2020 en daar namens Nederland uit te komen (podcast: detail interview tijdens Turngala Leek 2018)
  • Naomi Visser over meer inzetten en motiveren van talent
  • Loran de Munck en Jermain Grünberg over de beperkte mogelijkheden tot wedstrijden in de Oranjeselectie

Artikel © GymPOWER | Credit tekst en foto’s © Therry da Silva met een bijdrage van © Casper Beijn | Credit beelden presentatie © KNGU | Podcast: detail interview © Casper Beijn onder persaccreditatie van © GymPOWER met Yuri van Gelder tijdens het Turngala Leek 2018

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*