Trainer Rob Stout over zijn turnpassie

Foto © Casper Beijn

Deze diashow vereist JavaScript.

ZWIJNDRECHT – Gymnastiekvereniging O&O Zwijndrecht viert dit jaar haar honderdjarig bestaan. Eind vorig jaar vierde één van haar trainers, Rob Stout, zijn zestigste jaar. Stout is vijfendertig jaar lang (bonds)coach/trainer van de Oranjeselectie geweest, al sinds ‘Papendal’, en heeft generaties turntalenten opgeleid. Ooit verbonden met de opgeheven topturnclub SDS Rotterdam, waar vele Nederlandse turnhelden van vroeger en nu bij hem trainden, stapte hij halverwege het eerste decennium van deze eeuw met de SDS-selectie naar O&O. Een tijdje terug maakte hij zelfs de overstap naar het damesturnen, waarbij hij o.a. Oranjeturnster Naomi Visser in het begin van haar sportcarrière mede training mocht geven en nu, als hoofdtrainer, ook aan zijn jongste dochter, Melanie.

GymPOWER was ook uitgenodigd bij zijn feestje, een gezellige reünie van vele grote en kleine namen van vroeger en nu uit de turnwereld, en vroeg de in binnen- en buitenland gerenommeerde trainer hoe hij terugkeek op zijn levenswerk in de turnsport en wat zijn toekomstplannen zijn. Hij zegde gelijk zijn medewerking toe, maar het heeft enige tijd geduurd om één en ander op te tekenen. In het kader van 100 jaar O&O Zwijndrecht lijkt het ons een mooie gelegenheid om zijn verhaal te publiceren. Nuchterheid sierde de antwoorden van de Sliedrechtenaar. “Als het trainerschap in het turnen een volwaardig beroep zou zijn geweest, hoe zou het dan gelopen zijn? Maar ja, dat is niet zo, dus hoef je daar ook geen energie aan te verspillen toch?”

Sport is je passie in alles wat je doet. Hoe is dat gekomen, waar is het allemaal begonnen?

“Van kinds af aan vond ik het leuk om te sporten; ik kom uit een heel sportief gezin. Mijn vader en moeder hadden negen kinderen en ‘mijn grote broers’ waren erg competitief ingesteld en alles werd ook gevolgd. Dus thuis was altijd erg veel sport. En daar ging ik naadloos in mee, net als de liefde voor muziek, ook daar waren mijn broers een voorbeeld in voor mij. Op mijn vijfde ben ik gaan turnen en toen is ‘het’ dus begonnen. Het is dus met de paplepel ingegoten.” 

Hoeveel jaren van je leven heb je aan sport en aan het turnen besteed?
“Iedereen in ons gezin ging op turnen op z’n vijfde, als soort van basissport. Ik vind zelf ook nog steeds dat ieder kind dat tegenwoordig ook nog moet doen, goed als basis voor elke sport en goed voor de motorische ontwikkeling van elk kind. Op mijn twaalfde ben ik begonnen met atletiek en dat heb ik jaren als hoofd- en wedstrijdsport gedaan. Ik bleef wel twee keer in de week turnen. Twee broers deden op hoog niveau atletiek en dat inspireerde mij ontzettend, een mooie eerlijke sport. Toen was er nog geen sprake van doping 😉 Omdat ik op de HAVO in het  schoolteam volleybal zat ben ik ook gaan volleyballen. Een mooie teamsport waar ik nu nog steeds mee verbonden ben. Ook bij de beste volleybalclub van Nederland, Sliedrecht Sport, heb ik mijn steentje bij kunnen dragen in het trainen van talentjes. In het eerste jaar van de HALO heb ik mijn nek gebroken. Toen ik daarna mijn studie weer kon oppakken, ben ik les gaan geven bij mijn eigen club toen, OKK Hardinxveld. Op de HALO deed ik alle sporten en ik vond alles leuk en was overal fanatiek in, behalve zwemmen. Dus als wedstrijdsporten waren het voor mij: atletiek (twee keer Nederlands kampioen geweest), turnen en volleybal. Vanaf het moment dat ik serieus ging training geven in het turnen is de atletiek op een lager pitje komen te staan. Als turntrainer ging het snel. Op mijn tweeëntwintigste kwam ik al in dienst van de bond en ben begonnen als regiotrainer in Zuid-Holland. En dat is 35 jaar zo gebleven in de hiervoor genoemde functies.”

Je staat bekend als een trainer met veel technisch inzicht en ‘coachingpower’. Hoe zie je dat zelf?
“Het zit denk ik een beetje in de aard van het beestje. Ik vind het geweldig om mensen beter te maken. En eerst doe je dat met wat bekende algemene tips (goed spannen!) en later ga je je er meer in verdiepen. Maar wat heel belangrijk is geweest in mijn ontwikkeling zijn twee momenten. De eerste is dat ik op een gegeven moment een cursus ‘Motorisch remedial teaching’ ben gaan doen. Wat ik daar aan over gehouden heb is mijn stijl van lesgeven: kinderen bewust maken van wat ze doen, hoe ze het doen en waarom ze het (fout) doen. Zodat ze baas worden van hun eigen handelen. Dat ze gaan begrijpen wat ze fout doen en daardoor makkelijker gaan begrijpen wat de trainer bedoelt met zijn aanwijzingen. Dat doe ik bij het turnen, bij het volleybal en ook op school. Een ander moment was een moment van bezinning na de WK 2001 in Gent. Ik ben toen mijn kennis van de mechanica (bewegingsleer) gaan opfrissen en verdiepen en dat ben ik gaan toepassen op het turnen. Wellicht logisch, maar voor mij toen een eyeopener om het turnen vanuit meerdere invalshoeken te bekijken. Daarnaast heeft het menselijk aspect bij mij altijd in een hoog vaandel gestaan en heb dus ook veel geïnvesteerd in de band met de sporters. Daardoor werden ze goed ‘coachbaar’ en had mijn manier van sporters benaderen en manier van coachen veel (positief) effect op hun presteren.”

Waarom is dat voor jou belangrijk? Wat is jouw visie op coachingpower en een veilig sportklimaat?
“Dat het tijdens de sportcarrière zo is spreekt voor zich neem ik aan. De kinderen, sporters, leerlingen willen leren en presteren en dat zit ook in mij. Dat probeer ik dan op een leuke gedreven manier over te brengen. Dat is eigenlijk voor elke persoon anders. Dus het is ook een zoektocht naar hoe iemand is, hoe iemand benaderd moet worden maar ook hoe iemand benaderd wil worden. Dus elke combinatie coach – sporter is anders. Investeren dus. En dat is overal zo. In het gezin, op school en in de sport. Dat is in mijn optiek positief coachen en schept een veilig sportklimaat. Vertrouwen geven speelt daarin ook een grote rol. Ik probeer de kinderen ook hun eigen handelen te leren begrijpen en dus niet maar klakkeloos doen wat de coach zegt. Dus niet alleen (zoals eerder gezegd) uitleggen aan de kinderen hoe ze bewegingen moeten leren maar ook moeten ze zichzelf leren kennen. En als een sporter stopt dan houdt het niet op hé. Nazorg is een groot woord, maar ik heb met veel oud-sporters gewoon een goede band over gehouden en dus nog best veel contacten. Toen ik vijftig werd en later zestig waren er ook best veel aanwezig. Super leuk en dat doet mij heel veel.”

We hebben Rob nog de volgende vragen gesteld, waarop hij mooie en open antwoorden gaf waarin veel historie, herinneringen en emotie besloten liggen:

  • Wat zijn de hoogtepunten en mooiste momenten uit je carrière tot nu toe? Zijn er momenten die je over zou doen en dan anders?
  • Je hebt aan de bakermat gestaan van de successen van de herenturnsport in Nederland gestaan. Hoe kijk je er op terug en hoe kijk je er nu tegenaan?
  • Hoe gaat het met het geven van training aan turnsters? Hoe heb je die overstap gemaakt? 
  • Wat zijn jouw doelen, hoe zie je de volgende tien jaar voor je? Ga je een boek schrijven?

Lees het complete interview van GymPOWER met Rob Stout in de tweede editie van het GymPOWER Sportmagazine in 2019. Abonneer je via de knop op de voorpagina van de website of neem contact op via het webformulier.

Artikel © GymPOWER | Credits tekst en interview © Therry da Silva | Credits foto’s © Casper Beijn (inzet) en © Maurice Smeets onder persaccreditatie van © GymPOWER: Rob Stout als trainer met zijn dochter/O&O-turnster Melanie tijdens Fantastic Gymnastics 2017, het Groot-NK-weekend van de KNGU in Rotterdam Ahoy

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*