Nederland afwezig op eerste WJK turnen

Screenshot website © organisatie Gyór 2019 WCh - erepodium landenteam dames
Screenshot website © organisatie Gyór 2019 WCh – erepodium landenteam heren

GYOR – Van 27 tot en met 30 juni 2019 werden voor het eerst  onder auspiciën van de internationale gymfederatie FIG de eerste Wereldkampioenschappen voor de junioren in de leeftijd van 14 tot 15 jaar (dames) en 16 tot 17 jaar (heren) georganiseerd in de Audi Arena in Gyor, Hongarije. De onderliggende opzet is om deze jonge sporters te stimuleren voor de meerkamp te gaan en zich (nog) niet te specialiseren op hun favoriete toestel(len), wat hen ook kan helpen aan een lange adem in hun ontwikkeling. Diverse landen gebruikten het toernooi om hun jonge turners en turnsters internationale ervaring op een wereldpodium zoals deze te geven, wat op zich een goede voorbereiding was voor het komende European Youth Olympic Festival (van 21 tot en met 27 juli 2019 in Bakoe, Azerbeidzjan) en volgend jaar ook van pas zou kunnen komen omdat ze qua leeftijd bij de Olympische Spelen in Tokyo 2020 kunnen aantreden indien nodig. Een bijzondere en historische mijlpaal voor de turnhistorie die voor de Nederlandse junioren onbenut bleef.

Rusland, China, Japan en de Verenigde Staten toonden aan serieus bezig te zijn met hun talentontwikkelingsprogramma’s in het toestelturnen richting de Spelen in de komende vier à acht à twaalf jaar en stuurden sterke juniorenteams naar het JWK in Gyor. Er zal ooit iemand een keer de troon van Simone Biles moeten overnemen. Bij de dames ging de eerste wereldtitel in de individuele meerkamp (vier toestellen)  in een veld met 69 deelneemsters – ondanks een voor haar doen belabberde balkoefening – naar Viktoriia Listunova, die 55,323 punten op het scorebord zette. Gevolgd door landgenote Vladislava Urazova die 55,298 punten noteerde voor het zilver. De Chinese Yushan Ou snoepte dankzij een sterke balk- en vloeroefening met 54,931 punten het brons af van de beste Amerikaanse Kayla Cello in deze wedstrijd (54,765 punten).

Serieus bezig met talentontwikkelingsprogramma

Het scheelde maar 0,166 punt, maar daarmee had de V.S. toch geen prijs in de individuele meerkamp. Dat is lang niet gebeurd op een WK (bij de senioren). Landgenote Sydney Barros bleef op de vijfde plaats steken met 53,974 punten. Voor Roemenië lijkt de weg terug via de jongere generatie ook een moeizame. De beste Roemeense, Ioana Stanciulescu, werd achtste met 52,132 punten. De Belgische Stacy Bertrandt en Noemie Louon  eindigden knap in de top elf van het klassement op dit wereldpodium: respectievelijk negende met 52,066 punten en elfde met 51,098 punten. De Koreaanse Dayeong Lee werd tiende met 51,099 punten. Het scheelde met Louon slechts 0,001 punt.

Bij de heren ging de eerste wereldtitel in de individuele meerkamp (zes toestellen) voor junior turners naar Shinnosuke Oka uit Japan met 80,674 punten voor een redelijke meerkamp, waarbij hij op rek niet verder dan 12,733 punten kwam. Tweede werd zijn landgenoot Ryosuke Doi met 80,4447 punten. De Oekraïner Illia Kovtun ontfermde zich in dit veld met 88 deelnemers over het brons met 80,264 punten. Dat was genoeg om de verrassende Canadees Felix Dolce die 79,731 punten noteerde en de Chinees Haonan Yang die 79,298 punten op de respectievelijk vierde en vijfde plaats achter zich te houden. De Italiaan Lorenzo Bonicelli benaderde ze met 79,115 punten voor de zesde plaats.

Eerste wereldtitels landenteams Rusland en Japan

In de landenteamwedstrijd bij de dames was Rusland met Listunova, Urazova en Elena Gerasimova, het sterkste en legde met 111,654 punten beslag op de eerste wereldtitel. Op brug en vloer turnden ze de hoogste teamscores, op sprong en balk de tweede. Het zilver ging naar China met 109,497 punten, waarbij Ou gesecondeerd werd door Xiaoyuan Wei en Chenchen Guan. Ze turnden de beste teamscore op balk. En dan eindelijk een medaille voor de Verenigde Staten – met Cello, Barros en Skye Blakely -, al was het brons met 109,380 punten, met de hoogste teamscore op sprong. Roemenië werd hier met bijna vijf punten achterstand vierde met 104,596 punten, gevolgd door het verrassend sterke België met Bertrandt, Louon en Lisa Vaelen dat 104,464 punten noteerde voor de vijfde plaats. Scheelde 0,132 punten met Roemenië. Ze lieten doodgemoedereerd met verve het Britse team (104,114), het Braziliaanse team (102,231) en het Duitse team (102,164) achter zich, in een veld met maar liefst 29 landenteams. Alle grootmachten uit het turnen vertegenwoordigd, op Nederland na dan.

In de wedstrijd bij de heren met 34 landenteams was Japan – met Oka, Doi en Takeru Kitazono – heer en meester met 162,754 punten. Die hebben straffe plannen voor volgend jaar in Tokyo. Oekraïne bewees daar ook oog voor te hebben met 159,828 punten voor het zilver. Kovtun kreeg hier gezelschap van Nazar Chepurnyi en Volodymyr Kostiuk. Geen China, de VS of zelfs Rusland hier op het erepodium Het brons werd met 159,179 punten verrassend opgeëist door het Italiaanse team, met naast Bonicelli ook Ivan Brunello en Lorenzo Minh Casali. Het scheelde eigenlijk ook niks met Oekraïne, die verrassing had zelfs groter kunnen zijn: 0,649 punt verschil. China kon enigszins gezichtsverlies beperken met 158,704 punten voor een vierde plaats. De VS werd zevende met 156,580 punten en Rusland negende met 156,121 punten. Die zullen hun huiswerk thuis nog beter moeten doen om meer te halen uit deze confrontaties op internationaal niveau.

Kansen voor ‘kleinere’ landen in toestelfinales

De totaal tien toestelfinales voor dames en heren werden om en om gedaan en over twee dagen verdeeld. Hier werd het toch weer een ander verhaal dan de meerkamp- en het landenteamwedstrijd, met kansen voor ‘kleinere’ landen. Dan snap je toch wel waarom in sommige landen ze toch liever gaan specialiseren om kans te maken op finaleplaatsen en eremetaal in de internationale titeltoernooien. Bij de dames op sprong pakte Cello alsnog een felbegeerde wereldtitel voor de VS (gem 14,166) en daarnaast ook brons op balk (13,733). Jennifer Gadirova pakte met een absurd verschil (0,033 punt) op sprong het zilver en bezorgde zodoende Groot-Brittannië ook een medaille (14,133). Urazova, Gerasimova en Listunova konden het niet laten en voegden ieder nog een wereldtitel toe aan het totaal van Rusland, op respectievelijk brug (14,433), balk (14,200) en vloer (14,166). Alsook brons op sprong (Urazova 14,116), zilver op brug (Listunova 14,200) en brons op vloer (Gerasimova 13,533). Wei deed China een genoegen met brons op brug (13,800) en zilver op balk (13,733) en Ou voegde daar het zilver op vloer toe (13,833).

Bij de heren gingen slechts nog twee wereldtitels naar Japan: Kitazono was de beste op voltige (13,966) en brug (14,266). Verder kon landgenoot Shinnosuke nog het zilver op voltige (13,766) en het brons op brug (13,766) bemachtigen. De andere vier wereldtitels werd verdeeld onder vier landen: op vloer voor Korea (Sunghyun Ryu met 14,166), aan de ringen voor Canada (Dolci met 13,600), op sprong voor Roemenië (toch nog een [gouden] medaille dankzij Gabriel Burtanete met 14,424) en op rek voor Oekraïne (Chepurnyi met 13,700). Dolci en Chepurnyi pakten respectievelijk het zilver (14,000) en brons op vloer (13,866); Edvins Rodevics uit Letland pakte glansrijk het brons op voltige (13,233);  Diogo Soares bezorgde Brazilië een medaille op dit WK met zilver aan de ringen (13,500), scheelde 0,1 punt met winnaar Dolci. Yang pakte hier het brons voor China met 13,475 punten, behaalde op sprong het zilver met 14,300 punten en pakte op brug ook zilver met 13,900 punten.

Turngrootmacht Nederland volgt andere strategie

Jasper Smith-Gordon bezorgde Groot-Brittannië het brons met 14,183 punten op sprong. De Rus Ivan Gerget bezorgde zijn land uiteindelijk toch een medaille in het turngeweld in de toestelfinales voor heren, door het zilver te pakken op rek (13,600) punten. En last but not least bezorgde Krisztian Balazs op het laatste toestel zijn supporters en het thuispubliek alsnog een mooi feestje door het brons op rek te pakken met 13,400 punten. Ze hadden het meer op voltige verwacht, waar hij in de voetsporen van de vermaarde Hongaarse voltige-virtuoos Krisztian Berki zou kunnen treden, maar een kniesoor die daar op wilde hebben achteraf. Niks mooiers dan op een WK in eigen land een medaille pakken. Wat dat betreft blijft het opmerkelijk om zo’n wereldtoernooi te volgen, dat overigens een ongelukkige timing kende met tegelijkertijd de turnwedstrijden op de Europese Spelen in Minsk, Wit-Rusland -, terwijl Nederland, toch wel een grootmacht in het toestelturnen voor dames en heren, van afwezigheid schitterde. Wat dat betreft lijken beide bondscoaches consequent voor een andere strategie te kiezen voor de voorbereiding van de volgende generatie dan in andere landen gebruikelijk.

Meer informatie, inclusief de complete uitslagen, is te vinden op de websites van de organisatie van het 1e WJK turnen Gyor 2019 en de internationale gymfederatie FIG.

Artikel © Sportredactie GymPOWER | Credit beelden: inzetfoto plus tweede foto screenshots website Gyór 2019 1st Jr WCh – erepodia landenteams WAG-MAG en video’s YouTube © FIG Gymnastics

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.