Column Smeets: Turnbond of turnmaffia?

Archieffoto © GymPOWER | Fotograaf © Therry da Silva

COLUMN – Smeets schrijft weer – Wellicht hebben jullie mijn afwezigheid in de turnarena opgemerkt in de afgelopen tijd. Net zoals veel turnsporters in Nederland een sabbatical nemen, heb ik er ook maar eentje genomen. Niet vanwege het nieuwe foto- en privacybeleid of andere vage redenen, maar om de turnwereld eens van een afstandje te volgen en alle voor en tegens op een rijtje te zetten. Er zijn velen die zeggen dat de turnsportwereld een verdorven sportklimaat heeft gekregen en dat de mensen die er nu zitten geen goed doen aan de sport. Ik heb vrije tijd opgenomen om voor mezelf de feiten te onderzoeken. Na elf jaar in het wereldje te hebben vertoefd als sportouder, fotograaf en verslaggever op vele nationale en internationale toernooien, wil je weten hoe het zit. De meest actuele onderzoeksvraag die mij opdrong is: “Turnbond of turnmaffia?”

Laat er nou afgelopen maand tegelijk met het WK ook een turndocumentaire op tv uitgezonden worden. Een docu die naar mijn mening een vertekend beeld geeft van het merendeel van de clubs in de Nederlandse turnsportwereld, maar ook waarheden bevat. De documentairemaakster en moeder van een sporter had volgens mij een duidelijk script: de negativiteit van topsport laten zien. Het enige wat ze liet zien waren jankende kinderen en een iets te overdreven fanatieke vader die alleen maar dacht in winnen en verliezen. Ze vergat als regisseur te laten zien dat er ook positieve dingen zijn in (topsport)trainingen bij een turnclub. Haar geweten speelde een aantal keer op of ze de beelden wel of niet moest maken en laten zien. Als je als ouder daar aan twijfelt, ben jezelf al te ver gegaan, vind ik. Iedere ouder kiest uiteindelijk voor zijn kind, neem ik aan.

De trainingen in de docu werden duidelijk niet gegeven volgens de gedragscode zoals de bond het graag ziet. Het wrange is dat, volgens goed ingelichte bronnen, destijds, in de periode van de opnamen van de docu, dezelfde bond kennelijk betrokken was bij die sportclub waarbij een nieuw bestuur aantrad en er ook – volgens een opmerkelijk krantenbericht uit die tijd – plots afscheid werd genomen van alle trainers van de herenturnafdeling. In de docu is te zien dat twee van die trainers werden ontslagen. Het lijkt er kennelijk op dat de turnbond het toen allemaal heeft laten gebeuren om nu te lopen pronken met een twijfelachtige docu. Maar ondanks deze negatieve reclame voor hen en de sport, zwijgen ook dit vorig jaar door de turnbond erkend Talent Opleidingscentrum en haar (voormalige) trainers kennelijk (nood)gedwongen in alle talen.

Turntrainingen, in de topsport of de breedtesport, leveren niet alleen maar negatieve ervaringen op voor sporters en ouders, zoals al snel bleek uit de reacties op social media op de turndocu en op het pronken van de turnbond ermee. Veel ouders en trainers vonden het een zure docu en herkenden deze sfeer helemaal niet in hun club waar positief coachende trainers rondlopen. Ook ik heb als vader een goede ervaring gehad met mijn dochter die als topsportster jaren op hoog niveau heeft geturnd. Toen zij met turnen begon, acht jaar oud, trainde ze negentien uur in de week en dat werd al snel drieëntwintig uur per week. Als ze moe was, kon je dat aangeven en dan kon ze gemakkelijk een training missen. Een verjaardagsfeestje mocht ze zeker gewoon naar toe gaan.

Een trainer van één van onze sporthelden was de docu ook opgevallen en uitte zijn mening erover op zijn persoonlijke Facebook-pagina: “Zeer schokkend dat dit nog in Nederland kan. (Top) turnen hoort een leuke sport te zijn! Is dit nog wel verantwoord?! Hier moet verandering in komen! Ik pleit hier al jaren voor, maar je wordt gewoon keihard buitenspel gezet door de turnbond-maffia die intern elkaar de hand boven het hoofd houdt. Macht en angstcultuur regeert.” Deze woorden klinken als een harde uitspraak, maar na het verhaal onderzocht te hebben, lijken er volgens mij inderdaad een opvallend aantal raakvlakken te zijn tussen deze organisaties.

De maffia probeert alles intern binnen de eigen organisatie af te werken en de turnbond doet er kennelijk ook alles aan om alles binnenkamers te houden. Zo begrijp ik dat er sporters en trainers aangeklopt hebben bij de bond om misstanden in de sport te melden, maar tot nu toe niks meer vernomen hebben. Ook begrijp ik dat voormalige sporters en trainers van de nationale selectie die nare ervaringen hebben gehad, daar ook niet openlijk voor durven uit te komen. Bang voor sancties tegen zichzelf of hun pupillen. In Nederland hebben we gelukkig geen Amerikaanse toestanden volgens de directeur van de bond, maar hier lijkt het mij toch ook erg serieus.

De maffia maakt gebruik van angst en sociale druk om mensen te onderdrukken en dit lijkt ook bij onze turnbond het geval. Ze laten mensen geheimhoudingsverklaringen tekenen, zodat je je niet kritisch uit mag of kunt laten over de bond, haar bestuur of beleid. Mocht je je er niet aan houden, dan draaien ze de geldkraan dicht of erger. Al in 2010 werd de toenmalige bondscoach en trainer van onze rekspecialist ontslagen, naar verluidt omdat hij in een lokale krant al te assertief het bondsbeleid aan de kaak stelde omdat naar zijn mening landelijk niet structureel genoeg gewerkt werd toen aan de noodzakelijke teambuilding voor het realiseren van de Olympische droom. Een andersluidende mening erop na houden in de turnwereld lijkt anno 2019 nog steeds net zo risicovol in de turnsportwereld, net als in de wereld beheerst door de maffia.

De eerdergenoemde trainer die recent kritiek op zijn Facebook had geuit na het zien van de turndocumentaire op tv, had kennelijk zo’n zwijgcontract van de turnbond niet getekend. Alhoewel zijn pupil niet in de Nederlandse selectie is opgenomen, kreeg hij toch al snel na zijn bericht op Facebook een appje van de technisch directeur die toen bij het WK in Stuttgart was: of de trainer zijn post op zijn Facebook onmiddellijk wilde verwijderen en zich niet meer zo openlijk wilde uitlaten over de bond. Dezelfde avond kreeg hij ook een berichtje van de directeur van de hal waar ze trainen. Zo wordt dus sociale druk uitgeoefend in de turnwereld. Waarom zou je je anders zo druk maken over een mening dat iemand op zijn privé Facebook zet. We wonen niet in China of Rusland. Het recht op vrije meningsuiting geldt nog steeds in Nederland, voor zover ik heb opgelet. Doch als je hier in de turnwereld openlijk kritisch bent of niet in het gareel loopt, dan maak je blijkbaar weinig kans op het nationale team en worden er onredelijke eisen gesteld waar bijna niet aan te voldoen is.

Neem nou het geval van onze ringenspecialist, de Olympisch finalist van 2016 die niet meer in het nationale team is opgenomen en ruim een jaar terug eerst – op eigen kosten – binnen een paar maanden internationaal finales moest zien te behalen en een oefening van minimaal 15,000 punten moest turnen om te kijken of hij van de turnbond mocht meedoen aan de Olympische kwalificatie-route via de World Cups. Een limiet die het laatste jaar door geen enkele turner in de Nederlandse selectie nationaal noch internationaal is behaald en die voor onze ringenspecialist eigenlijk ook een schier onmogelijke opdracht leek na een verplichte sabbatical van twee jaar. Hij wist deze richtscore toch verrassend aardig te benaderen en toonde zijn wereldklasse met 14,400 punten als hoogste score in de wereldbekerwedstrijdenreeks, doch de turnbond heeft nooit meer iets laten weten over zijn enige kans op Olympische kwalificatie. Afgelopen WK was de laagste score in de finale met de beste acht 14,166 punten en de beste score voor de wereldtitel 14,933 punten voor een Turkse turner wiens landenteam net als het Nederlands herenturnteam zich niet wist te plaatsen voor Tokio. Met de wereldtitel op zak kan die Turkse turner volgend jaar naar de Spelen. Wat onze nationale ringenspecialist vorig jaar al kon aan de ringen, leverde een score op die in de finale van het WK van dit jaar annex Olympisch kwalificatietoernooi tot de topscores had behoord, terwijl de hoogste score daarin lager was dan de limiet die de turnbond van hem eiste om aan de alternatieve Tokio-route te mogen deelnemen.

De inktzwarte huiskleur die de turnbond zich heeft aangemeten doet ook denken aan de donkere sfeer van de ‘black suits’ in maffia-films, waarin alles draait om macht, geld en willekeur ten koste van wie niet (meer) meetelt. Dit jaar is er op advies van de technisch directeur topsport door de turnbond besloten om het topsportbudget af te nemen van de trampolinespringers, omdat er internationaal geen potentie inzit volgens hem. Terwijl daar nou juist een grote groep jonge en talentvolle sporters springt, die groeiende zijn en internationaal bewezen hebben finaleplaatsen en medailles te kunnen behalen. Maar hij vond van niet, het geld kon beter besteed worden, einde verhaal. Al zijn ze in het trampolinespringen in ieder geval voor nu beter af dan de senior ritmisch gymnastes in Nederland, die al jaren deelname aan internationale titeltoernooien uit hun hoofd hebben moeten zetten, laat staan durven dromen over de Spelen. Onze trampolinespringers mogen op eigen kosten nog wel naar het komend WK eind deze maand, het ‘Olympic Testevent’ in Tokio. Als ze toch onverhoeds een Olympisch ticket bemachtigen, willen de turnbond en haar technisch directeur zich alsdan nog wel buigen over de mogelijkheden.

Die beperkte, zwart-witte visie kun je onze technisch directeur topsport aanrekenen, vind ik. Vrolijk stond hij laatst op het WK op een foto te zwaaien naast het Nederlands damesturnteam dat zich wel op kosten van de bond mocht kwalificeren voor Tokio, een team dat meer begeleiding had dan sporters. Als het blijkt dat je moet gaan budgetteren, waarom ga je zelf dan mee naar zo’n meerdaags toernooi en waarom met zoveel begeleiders? Is dit een voorbeeld van een verbeterd imago van de turnsport of is het meer het bewijs van willekeur?

Onze acroteams mogen al jaren keer op keer nationaal en internationaal bewezen hebben dat hun sport, – die onder de vleugels van de turnbond opereert maar nog geen beloften- of topsportstatus heeft -, met reuzenstappen vooruitgaat met succesvolle missies met finaleplaatsen en/of medailles op EK’s, WK’s, World Cups, de Europese èn de Wereldspelen, alle kosten van uitzending – inclusief van de namens de turnbond meereizende begeleiding en juryleden – moeten de sporters en hun ouders zelf dragen. Dit jaar mochten ze daar bovenop ook een flink bedrag extra betalen aan de turnbond voor de nieuwe, verplichte Team-NL-trainingspakken en -pakjes. Je hoort ze er zelden over klagen want het zijn harde werkers die het een grote eer vinden om Nederland internationaal te mogen vertegenwoordigen, maar toch lukte het de beruchte turndocu – die inmiddels voor alle ouders en clubs in de hele sportwereld als goed voorbeeld wordt gesteld door de turnbond – ook in die hoek een verontwaardigde reactie uit te lokken.

Volgens de openbare financiële jaarverslagen stijgen de kosten van de turnbond voor de twee topsportselecties in het turnen, inclusief begeleiding, elk jaar weer fors, terwijl er juist bij de turnsport eigenlijk weinig groei te bekennen is. Leg me dat eens uit, meneer de technisch directeur!

Is er wel nog iets positiefs te melden nu over de topsport in de turnsportwereld? Natuurlijk! Naast de vier tickets voor een damesteam op de Spelen volgend jaar, heeft ook een turner op het afgelopen WK een Olympisch ticket gescoord Klasse! Die van Bart Deurloo is op persoonlijke titel, dus dat kan de turnbond hem niet afnemen. Of moet hij daarvoor, om te kunnen gaan op haar kosten, toch maar wijselijk zijn mond houden van hier tot Tokio?

N.B.: De persoonlijke visie zoals verwoord in bovenstaande column wordt gepubliceerd op de media van GymPOWER als onafhankelijk nieuwsmedium in het kader van het recht op vrije meningsuiting en de persvrijheid. Dit betekent niet per se, dat de redactie van GymPOWER en/of haar verslaggevers de stellingen c.q. visie in deze column onderschrijven.

Column ‘Smeets schrijft weer’, november 2019 : Credit tekst © Maurice Smeets | Credit archieffoto © GymPOWER/Fotograaf © Therry da Silva

2 Reacties

  1. Mooi geschreven en o zo herkenbaar.
    Ik kan daar nog aan toevoegen dat ook bij het groepsspringen/teamgym niet wat vergoed wordt.
    Ook deze tak van sport binnen de gymnastiekunie doet mee aan EK’s. Het afgelopen EK heeft het juniorenteam in de finale gestaan. Zij moeten afgezien van de trainingspakken alle kosten voor zichzelf dragen. Ook het begeleidingsteam draagt zijn eigen steentje bij. Niet alleen tijdens het EK maar ook tijdens de nationale trainingen doen ze alles ‘pro deo’.
    En dan krijg je doordat de bond een bondje heeft met een turnkledingwinkel/dealer dat de deelnemers aan deze EK-trajecten extra op kosten worden gejaagd. Willen ze op de wedstrijdvloer staan, dan zijn ze verplicht om een merkpakje van die turnkledingwinkel/dealer te dragen terwijl deze pakjes ontzettend duur zijn.
    Hoe hypocriet is dat: als bond een contract sluiten met een turnkledingwinkel/dealer alleen voor de turners en turnsters in de nationale selecties (en deze naast hun wedstrijdkleding op jaarbasis ook nog een aantal individueel gesponsord krijgen), terwijl selectieleden van het trampolinespringen, acrogym, [rhönradturnen] en teamgym, die überhaupt niets krijgen van het (sponsor)bondje dat onderling is afgesproken, alle kosten voor deelname aan internationale titeltoernooien zelf moeten betalen en niet zelf mogen kiezen waar ze hun pakje kopen of laten maken. Handig zo’n overeenkomst voor de turners en turnsters, maar laten we dan alles gelijk trekken. De gymnastiekbond moet zorg dragen en opkomen voor alle takken van sport die ze zelf aanbieden.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.