Turnsportplezier volgens Enrico Visser

Persfoto © GymPOWER | Fotograaf © Casper Beijn

ZWIJNDRECHT – Trainer Enrico Visser van het dit jaar jubilerende O&O Zwijndrecht is samen met zijn vrouw Cynthia Visser eigenaar van de turnwinkel CEK Gymnastics in Zwijndrecht – één van de grootste van Europa-, die als GK-dealer sponsor is van gymnastiekunie DG/KNGU voor de officiële turn- en trainingspakken van haar Nederlandse selecties. De twee stammen uit een familie met dikke roots en rijke traditie in de Nederlandse gymsportwereld en hebben deze sportpassie ook aan hun kinderen c.q. pupillen weten over te brengen. Regelmatig komt GymPOWER ze tegen bij toernooien of andere evenementen, soms ook op de wedstrijdvloer en vaak achter hun stand. Je kunt altijd met hem van gedachte wisselen over de actualiteiten in de gymsportwereld waar hij een duidelijke mening over heeft als kenner, liefhebber, coach en vader. Bij het Turngala in Leek deelde Enrico GymPOWER zijn visie en mening over het WK turnen in Stuttgart, Simone Biles en Bart Deurloo en de Olympische kwalificatie, de strijd en de toekomst van het Nederlands herenturnen, het sportplezier en goede voorbeelden in de topsport en uiteraard ook over de documentaire TURN! van Esther Pardijs. Cynthia vertelde wat het voor hen is turnouder te zijn.

Enrico, we zien jullie met CEK als GK- en Quattro-dealer in heel Europa, van zuid tot noord, hoe is het hier nu bij het Turngala? “Ja, we maken genoeg kilometers. Daar waar er turnen is, gaan we naartoe. Het is hier zoals altijd gezellig, met een hele hoop jonge kinderen die op het Beweegplein aan het bewegen zijn en onze stand bezoeken.” Dan hebben jullie hier ook weer een belangrijke rol bij het sportplezier”De glimlach van een kind dat zo’n gympakje gaat krijgen, is onbetaalbaar. Daar spat echt het plezier van af. En of het dan een pakje dat goedkoop of duur is, maakt ‘an sich’ niet zoveel uit. Maar het is wel dat het iets extra’s brengt voor zo’n kind. Het is onze eigen soort snoepjeskraam. Er is hier ook snoep te verkrijgen, maar ik zie dat ze toch liever een turnpakje kijken dan snoep kopen…”

Hebben jullie bij zo’n stand dan ook acties? “We hebben een actie gedaan op de WK en die hebben we doorgetrokken naar hier. We hebben op dit event de broekjes in de aanbieding, met bijna een tientje korting.” Bij je stand zien we een grote banner van wereldkampioene en turnlegende Simone Biles. Is die nog even bij je stand geweest tijdens de WK? “Nee, zij wordt heel erg afgeschermd op het moment op dat soort evenementen. Haar prestatie gaat boven alles. Het is zelfs zo dat haar eigen (groot)ouders niet eens bij haar in de buurt komen. Die zaten, naar ik begreep, ook in het hotel van de Nederlandse sporters, dus die zien hun eigen (klein)kind eigenlijk ook niet.” Zeker een prachtig boegbeeld bij je stand. “Zij is sowieso een fenomeen in het turnen. Hans van Zetten kan er heel mooi over vertellen, Bart doet haar een ode, zelfs mijn eigen zoon heeft voor Simone Biles een ode op papier gemaakt voor school, iedereen heeft het erover en ze brengt ook iets unieks. Omdat zij in het nationale team van de de V.S. zit, Team U.S.A. en GK de sponsor is van dat nationale team, is één plus één twee. Dan heb je de mogelijkheid om zo’n boegbeeld te gebruiken bij je verkoopstand.”

Waarom vind jij dat Simone Biles zo’n inspiratie is voor iedereen? “Er zijn wel drie punten waarmee ze zich onderscheidt van anderen. Ten eerste, ze doet het niet één keer maar over een hele lange periode. 2013 was haar eerste WK en sindsdien is zij toonaangevend. Twee, ze is innovatief. In de zin van dat ze skills toevoegt aan het turnen die door sommige mannen niet eens geturnd kunnen worden. Ze levelt eigenlijk het verschil tussen mannen- en vrouwenturnen. En drie, ze heeft altijd een glimlach! Die is niet gemaakt, dat is iets wat in haar zit, zij heeft plezier in haar sport en ik denk dat dat nog wel de grootste bron van inspiratie is voor de meeste jonge turnsters.”

Sportplezier raakt ook aan het imago van de gymsport en is ook aan stormen onderhevig… “Ja, dat is inherent aan onze sport, denk ik. Ook daarover kun je van alles denken, zeggen of ermee doen, maar wil je op topniveau kunnen acteren, dan moeten kinderen offers brengen. Dat klinkt heel hard, maar het is het gevolg van het doel dat je nastreeft met elkaar. Als ik dan even mijn coachpet opzet van O&O Zwijndrecht, kan ik zeggen dat kinderen echt niet huilend de zaal uit gaan. Omdat die kinderen ergens voor kiezen. Die snappen het dan, als je vertelt waarom het is dat ze daarin een stapje moeten maken. Dat leren ze gewoon. Dat zijn geen Oostblok-achtige praktijken, het is wat je nodig hebt om die top te bereiken.” Grenzen verleggen? “Het wil niet zeggen dat je als trainer de grenzen moet verleggen. Je moet het kind helpen zijn eigen grens te verleggen. Ik denk dat daarin de truc zit. Voor sommige mensen komt het hard over dat er geholpen wordt bij een lenigheidsoefening, maar als je dat niet doet, gaat een kind van acht, negen of tien jaar niet zijn eigen grenzen opzoeken. Pas als ze over een bepaalde leeftijdsgrens heen zijn, snappen ze waarom ze die dingen nodig hebben, juist als blessurepreventie… die lenigheid heb je nodig om elementen te kunnen en als je die lenigheid niet hebt, ga je juist spieren afscheuren.”

Wel goed dat je dat uitlegt, want dan zien ouders zo’n film, waar een turner in spagaat wordt geduwd, maar daar hoort dus een idee omheen te zitten? “Ik kan natuurlijk niet instaan voor trainingssituaties van anderen, maar ik weet dat bij hoe wij werken, als je je spieren oprekt, ook weleens pijn, of een pijnprikkel kan krijgen. Als je dan stopt, rek je je spier niet meer. Dus je zal binnen een bepaalde pijngrens moeten werken, wil je spierlengte groei krijgen. Voor niemand is dat fijn, zeker voor een kind niet die dat nog nooit ervaren heeft, kan het op dat moment spannend over komen. Bij onze club bouwen we dat heel langzaam op. Je begint daarmee bij de kleinste jongetjes, heel voorzichtig en wij gaan ook niet zitten duwen zoals je hoort van sommigen, maar we laten de zwaartekracht het werk doen.”

Dat klinkt doordacht en anders dan wanneer je inzoomt op een detail en de context lijkt te ontbreken. “Ja dat vond ik sowieso bij die documentaire ‘TURN!’. Ik ben blij dat er zoveel commotie over is ontstaan. Ik zou iedereen aanraden om het stukje van Ranomi Kromowidjojo hierover te lezen. Dat vind ik briljant! Ik zou zeggen, kom bij ons in Zwijndrecht kijken. We hebben een glazen wand, iedereen kan er doorheen zien wat wij doen met de kinderen. Dat is niet zomaar. Wij willen een open structuur bieden en hebben niets te verbergen.” Dus jullie hebben ook niet speciaal gecommuniceerd met jullie ouders na de film? “Nee, maar de film ga ik niet met ze bekijken. Ik heb een klein stukje gezien, maar ik vind het niet interessant. Sportplezier daar gaat het veel meer om.”

Bart Deurloo, voor het grootste deel van zijn sportcarrière tot nu toe opgeleid bij O&O Zwijndrecht was op de WK wel het meest blij van de heren… “Ja, Bart is een gevoelsmens en vindt de emoties in dit soort situaties best moeilijk. Aan de ene kant baalt hij stierlijk dat ie niet met een team naar de Spelen gaat, want dat was het ultieme doel: ‘wij willen het met elkaar voor mekaar krijgen!’ Aan de andere kant krijgt hij dan te horen dat hij toch geplaatst is voor de Spelen. Dus dan krijg je ‘mixed emotions’. Ga dan maar eens voor al die camera’s en microfoons uitleggen hoe jij je voelt. Als je hem over drie weken vraagt of hij blij is dat hij naar de Spelen gaat, zal hij zeggen dat hij natuurlijk blij is, maar aan de andere kant blijft het nog altijd zuur dat je het als team niet voor elkaar kreeg.” Zijn jullie bij O&O trots dat iemand van de club naar de Spelen gaat? “Als organisatie werk je daar natuurlijk voor en ik moet vooral de credits geven aan Jeroen Jacobs en Jos Eigenbrood die fantastisch werk leveren, niet alleen met Bart Deurloo en Frank Rijken, maar ook bij de junioren. Ik denk dat de toekomst er best goed uitziet voor het Nederlandse herenturnen. Alleen is dat nu nog niet zichtbaar. Ik denk dat daar wel aansluiting zit aan te komen met een aantal junioren die uiteindelijk wel weer een team kunnen formeren dat de Olympische Spelen waardig is, als alles op zijn plaats valt.”

Welke ervaring is voor die jongens het meest nodig? “Als je me dat persoonlijk vraagt, denk ik dat het doen van wedstrijden op een hoog niveau belangrijk is. Ervaring op doen op jonge leeftijd, maar daar is geld voor nodig en tijd. Beide zijn vaak een belemmerende factor. Tijd, in de zin van elementen leren om uiteindelijk je programma vol te krijgen, en eigenlijk wil je dat je programma al vol is en dat je met dat volle programma heel veel ervaring op gaat doen op de wedstrijden, zodat het turnen van wedstrijden makkelijker wordt. Een goede wedstrijd ‘an sich’ turnen is altijd wel een dingetje. Nog niet de Duitse Bundesliga van het turnen, maar er zijn genoeg interessante jeugdtoernooien waarin je het zou kunnen doen. Maar eerst moet je een programma hebben, anders heeft het geen zin om daar naartoe te gaan. En als er geen geld voor is, houdt het ook op. Ik denk dat ze het op dit moment slim aanpakken om de jongens eerst een gedegen opleiding te geven, zodat het programma uiteindelijk helemaal klaar is en er zijn een aantal jongens die al op het internationale podium in Heerenveen hebben meegedaan, die de omslag maakten van junior naar senior en die proeven wel al aan de ervaring van zo’n wedstrijd. Dat vind ik wel heel mooi om te zien. De vraag is natuurlijk hoe zich dat verder ontwikkelt.”

Dan beginnen met nieuw bloed, nieuwe bondscoach, alles nieuw, een trainer van O&O? Je mag passen op deze vraag. Visser, lachend: “Bram van Bokhoven doet het hartstikke goed. De nalatenschap van Mitch, de eerste man die het ooit heeft gepresteerd om een herenteam naar de Olympische Spelen te brengen overnemen, is een hele klus. Ga jij daar maar aan staan. Probeer jij het maar eens, ik denk dat Bram het heel goed heeft gedaan en door pech, of ‘bad luck’, hoe je het noemen wil, haalden we het niet. Als het dubbeltje de andere kant op valt, dan haal je het gewoon wel. Het verschil tussen negentiende en twaalfde  is misschien groot in punten, maar in performance stelt het weinig voor. Als we gekregen hadden waar we recht op hadden bij vloer en voltige, krijg je het juiste gevoel en loop je zo’n wedstrijd heel anders door, je valt niet op sprong en haal je de Spelen makkelijk. Een aantal jaren geleden viel het kwartje de goede kant op, nu viel het de verkeerde kant op. Ik hoop dat NOC*NSF geen scorebordjournalistiek doet, maar puur naar de feiten gaat kijken in de zin van ‘wat is daar gebeurd’, en bij de evaluatie ziet dat het programma bij de heren klopt als een bus. Het is alleen die ene wedstrijd. Ik denk dat als de heren op de eerste kwalificatiedag in de laatste subdivisie hadden gezeten, dat er niks aan de hand was geweest. Maar ja, dat is turnen. Het blijft sport.”

Als we bij je stand aan komen lopen, zien we ook een banner van de turnsters van Groot-Brittannië die ons toelachen, waarom vind je hen goede ambassadeurs van de sport? “Een paar maanden geleden, in maart, hebben we het merk Quattro bij ons portfolio gekregen. Quattro is sponsor van de Britse turnbond, British Gymnastics . Sinds de Spelen van 2012 is Groot-Brittannië een belangrijke speler op de turnmarkt. Ze hebben een grote slag gemaakt naar de professionalisering van de sport en dat zie je ook in dat zij, net als de Amerikaanse federatie, een merk aan zich gebonden hebben, daarmee merchandising doen, net zoals Simone Biles dat doet voor GK en anderen voor andere gymkledingmerken. Dat pakken wij dan mee. Het is mooi dat je die beelden kunt gebruiken. Vorig jaar had ik wat banners bij me van Sanne Wevers en Bart Deurloo en ik dacht ‘we doen het dit jaar weer anders.’ Volgend jaar weer de Nederlandse helden. Als je altijd hetzelfde doet, verandert er niets.”

Op jullie vlak doen jullie ook aan topsport, kijk maar internationaal. CEK Gymnastics is een belangrijke speler ertussen. Wat komt er allemaal kijken bij de voorbereiding om een stand op de WK te hebben? “Het lijkt allemaal zeker interessant, veertien dagen vol gas op de WK verkopen, maar wat veel mensen niet weten is dat er een hele voorbereiding aan vast zit. Je moet regelen dat al je materiaal er op tijd is, je pakjes en je andere materiaal. Je moet zorgen dat je samen met de organisatie op één lijn zit over hoe je de stand wil hebben, simpele dingen als elektra en licht heb je nodig, dat moet je regelen. Dan ga je met een standbouwer in conclaaf hoe je de stand het beste kunt vormgeven. Wat vervoer betreft: breng alles op tijd van Nederland naar Duitsland zo’n 600 à 700 kilometer verderop. We gingen met een vrachtwagen. Die moet in Duitsland aan allerlei regels voldoen, een eurovignet voor het milieu, je tolpapieren moeten in orde zijn, je moet een parkeerplaats hebben bij de sporthal want je kunt een vrachtwagen niet op een autoparkeerplaats neerzetten en hij moet ook weer ergens staan waar je overnacht. Dat soort dingen moet je allemaal van tevoren regelen, dat kun je niet pas fiksen als je erheen gaat. We zijn met de Duitse turnbond DTB al drie jaar van tevoren begonnen, dus zodra het bekend was dat het in Duitsland gehouden ging worden, zijn wij met hen in gesprek gegaan om te kijken wat we met elkaar konden doen. Van hele wilde plannen tot het uiteindelijke format dat je neerzet.”

Je doet het allemaal om er op dat moment te staan, net als de turners, hoe is het dan uiteindelijk gegaan? “Kijk, onder aan de streep doe je het om geld te verdienen, dat spreekt voor zich, maar je wilt ook iets toevoegen aan het evenement, net zoals hier op het Turngala in Leek willen we dat ook in Stuttgart doen. Of het nou een World Cup is bij de DTB-bokaal of de WK zoals onlangs, dat is waar je het uiteindelijk voor doet. Het is veertien dagen keihard werken, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en dan hoop je dat het goed is. En we hebben daar heel wat kinderen blij kunnen maken, dus dat is heel mooi.”

En hoe is het dan voor jullie om turnouder te zijn? Cynthia Visser: “Het is een uitdaging. We werden door een andere ouder op woensdagmiddag weleens gebeld voor onze jongste zoon –‘Is Lens er niet? Op ons kinderfeestje’. Ik antwoordde dat hij gewoon in de zaal aan het trainen was en dan bleek dat hij zelf zijn feestjes afzegde. Zijn tas zat helemaal vol met uitnodigingen en hij zei ‘Ja, ik zit nog in de running voor de NK, dus ik ga niet. Maar dat heb ik ze zelf gezegd mama.’ Op zijn negende. Ik ben de turnmama, dus als ze moe zijn of huiswerk hebben, komen ze bij mij en beslis ik, anders beslist hijzelf. In die keuzes -tussen een hoog cijfer of een training- moet je ze begeleiden. Pas als ze zelf vijftig jaar zijn, weten we of ze vinden dat we het goed hebben gedaan of niet. In de auto terug is al veel van de training besproken, dus het antwoord is vaak ‘leuk’, ‘goed’. Maar ik krijg tussendoor wel filmpjes door geappt en als ze op de achterbank met hun vrienden praten, hoor je wat meer.”

Meer over O&O Zwijndrecht, CEK Gymnastics, het Turngala in Leek en het WK in Stuttgart kun je bekijken op hun website en social media, maar ook op de media van GymPOWER Sportmagazine.

Copyright artikel © GymPOWER | Credits: tekst, interview en foto © Casper Beijn | Ingesloten video:  beeldreportage © GymPOWER: Enrico en Cynthia Visser met hun kinderen tijdens de officiële opening turnwinkel CEK Gymnastics in 2017

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.