Corona kan keerpunt zijn voor kunstrijden

Corona kan keerpunt zijn voor kunstrijden
Persfoto archief © GymPOWER | Fotograaf © Casper Beijn

DEN HAAG – Joan Haanappel, tweevoudig Olympisch kunstrijdster, sportcommentator en gerespecteerd kenner van de hele schaatssport, is ook getroffen door het effect van de Corona-crisis op de sport en op alle sporters ter wereld. In een exclusief interview dat ze GymPOWER gaf, vertelt ze dat ze pal achter haar sport staat, achter de al door haar gesteunde rijdsters van Stichting Kunstrijden Nederland, maar ook achter iedereen die nu in het kader van ‘samen staan we sterk’ wil samenwerken om de sport een kans te geven te blijven bestaan en te blijven groeien. “Er mag geen generatie wegvallen!” Volgens Haanappel is het nu hét moment voor de Nederlandse politiek om het kunstrijden, de grootste ijssport ter wereld, serieus te nemen. Dit momentum kan ook een keerpunt zijn, ten goede. 

Joan Haanappel ziet de Corona-crisis met lede ogen aan. Zelf geboren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, met de ontberingen van de hongerwinter in het geheugen en de beelden van de bevrijding nog op haar netvlies, zegt ze het ongelooflijk te vinden zoiets als de Corona-crisis nog mee te maken en verbaasd te zijn dat dit in deze tijd van grote wetenschappelijke kennis nog mogelijk is: dat een virus in staat is om praktisch het hele dagelijkse (sport)leven plat te leggen.

Kunstrijders moeten juist in de zomer kunnen trainen

De grand dame van het kunstrijden weerlegt de vooroordelen van niet-kenners van de kunstschaatssport dat kunstrijders in de zomermaanden niet hoeven te trainen, ook geen topsporters zouden zijn en niet in staat zouden zijn tot goede samenwerking. Joan Haanappel staat nu juist voor de samenwerking, met clubs en trainers, maar ook tussen gemeenten om betaalbaar de ijshal open te krijgen. En ook voor het nu eindelijk serieus nemen van een sport die Olympisch wereldwijd meer aandacht heeft dan het langebaanschaatsen, ijshockey en skiën bij elkaar.

Volgens Haanappel was Nederland juist nu zo goed op weg, met naast de gevestigde toppers nu ook een nieuwe garde aan talenten, die er internationaal gaan komen. Zoals een Lindsay van Zundert die dit jaar nog op de Jeugd-WK in het Finse Tallinn stond vòòr de lockdown, Mikai van Ommeren, Lenne van Gorp in haar eerste jaar als senior, maar ook nog jongere talenten als Dani Loonstra en Julia van Dijk. Volgens Haanappel zijn zij door de sterke basis in staat om elkaar uit te dagen tot goede prestaties. Maar deze talenten moeten volgens Haanappel 11,5 maand per jaar kunnen trainen, zo moeilijk is deze artistieke schaatssport. Daarom hoopt ze vurig dat de KNSB en instanties als NOC*NSF hun rol pakken en de overheid kunnen overtuigen van het belang van trainen op ijs in de zomer.

Gelukkig maar zitten we allemaal in hetzelfde schuitje

Haanappel: “Ik leef met ze mee en ik snap heel goed hoe moeilijk de sporters het hebben met de situatie waarin ze alleen buiten kunnen trainen.” Natuurlijk is zo snel mogelijk kunnen trainen van het grootse belang voor de toppers, die niet alleen hun fysiek moeten bijhouden, maar ook hun techniek moeten blijven perfectioneren om de strijd internationaal aan te kunnen. Voor Haanappel geldt dat voor solorijders, maar ook voor het zeer moeilijke paarrijden en het opgekomen ijsdansen.

“Het is logisch dat een eliteclubje als Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) dat voor de toppers strijdt, goed moet kunnen blijven werken, want zo werkt dat in de topsport”, maar ook van de andere kunstrijders beseft Haanappel dat het veel geduld vergt om nu alleen maar alternatief te kunnen trainen. Weliswaar, “en gelukkig maar” zegt Haanappel, zit iedereen wereldwijd in hetzelfde schuitje, misschien op China en Rusland na die altijd hun eigen plannen trekken, maar “wanneer kan de Canadese coach Manon Perron weer naar Nederland om ons verder te helpen en hoe moet het verder met de internationale schaatskalender?”

Het momentum voor het kunstrijden in Nederland

Het motto ‘Samen staan we sterk’ van de ijsvloer, beaamt ook de ervaren Joan Haanappel die benadrukt dat indertijd haar samenwerking met Sjoukje Dijkstra in hun sportjaren ook de basis was voor beiden om tot (historisch) succes te komen. Je hebt een maatje, een team om je heen nodig om succesvol te zijn. Maar ook Haanappel kan niet er omheen dat het belangrijkste belang, nog net wat belangrijker dan het sportbelang, toch de gezondheid is. Als die geen gevaar (meer) loopt, is het dan wel het momentum om de artistieke schaatssport vooruit te helpen in Nederland. Dat kan Haanappel volmondig beamen.

“Al is het omdat er wereldwijd zoveel mensen van genieten en we ons in Nederland zo enorm hebben ontwikkeld.” De sport lijkt al lang niet meer op het kunstrijden uit de jaren ’60 en Haanappel heeft als sportcommentator de sport kunstrijden als geen ander zien groeien, naar een sport met onnoemlijke moeilijkheid en techniek, maar ook met een gratie waarbij woorden vaak te kort schieten. Mart Smeets, met wie Haanappel vaak samenwerkte erkent dat, maar ook turnpresentator Hans van Zetten die het becommentariëren van Joan Haanappel overnam en zelf een grote kenner werd van de artistieke schaatssport.

Sport met onnoemlijke moeilijkheid, techniek en gratie

Haanappel is altijd blij met alle persaandacht voor haar sport: “Ze weten me altijd te vinden als er iets van belang gebeurt en ik ben blij met de kans dat ik er ook altijd van alles over kan zeggen.” Dat laatste doet Haanappel ongeëvenaard, in haar eigen stijl en woordkeus vol verwondering, maar ook met felheid in het opkomen voor háár sport. Luister daarom naar haar eigen woorden via de bijgevoegde video/podcast met het interview dat ze onlangs aan GymPOWER gaf over haar beleving van de Corona-periode en haar hoop op de oplossing en verbetering voor het kunstrijden in Nederland. “Tot gauw hoop ik, want dat betekent dan dat er ijs is!”

Artikel © GymPOWER | Credit tekst, coverfoto, interview en edit © Casper Beijn

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.