Ouders vanaf de zijlijn: “Het team, de prestatie… voorbij aan het sportplezier!”

Ouders vanaf de zijlijn: “Het team, de prestatie… voorbij aan het sportplezier!”
Credit persfoto archief © GymPOWER | Naam fotograaf niet vermeld

ROTTERDAM – Onderstaand een voorbeeld van ervaringen met het onveilige sportklimaat en de angstcultuur bij één van sporten van de DG/KNGU. Juist niet bij het (top)turnen. Dit verhaal is opgetekend aan de hand van ervaringen van vele ouders in de gymsportwereld. Het was voor hen heel spannend om dit te delen, maar ze hebben toch de stoute schoenen aangetrokken. “De angst overheerst dat uit het verhaal op te maken is over welke club en welke trainer het gaat en dat dit consequenties voor de kinderen zal hebben. Maar toch doen we het, het is veel te belangrijk om dit verhaal nu te vertellen.” Het artikel geeft een uniek kijkje achter de schermen en beschrijft een situatie die zo herkenbaar is, welke in de afgelopen jaren vele malen is gemeld in diverse gymsporten en clubs die aangesloten zijn bij gymnastiekunie DG/KNGU. GymPOWER deelt met toestemming van de auteur dit artikel, met als doel tot begrip en inzicht te kunnen komen hoe gecompliceerd de onderliggende problemen in de Nederlandse gymsportwereld zijn, hoe ze in elkaar grijpen en elkaar in stand houden en hoe ver en diep er gegraven moet worden om de onderste steen boven te krijgen om een daadwerkelijke omslag te bewerkstelligen in de algemene angstcultuur die er nu is. 

Veilig trainen en sportplezier ingeruild voor een droom

“Ze is nog jong als ze vol enthousiasme thuis komt met de vraag of ze ook op deze sport mag. Ze straalt van plezier en als we als ouders een volmondig ‘ja’ geven, storten we ons in de wereld van de gymnastiek. Ze turnt dan op een niveau waar bij haar vereniging plezier en het beste uit jezelf halen boven alles staat. De coaches die ze naast zich heeft staan, weten wat haar drive is. Ze weten hoe ze haar kunnen motiveren en hoe ze haar angsten kan overwinnen. Niet met harde hand, niet met harde woorden, maar met geduld, aanmoedigen en de gedeelde liefde voor de sport en eigenlijk ook voor haar en al haar andere turnvriendinnetjes. Met dat vertrouwen in coaches en het veilige sportklimaat binnen haar turngroep gaat ze op haar weg in die andere wereld. Ze komt het eerste jaar in een heel fijn team. Haar onderpartners snappen wie ze is en zijn net als zij nieuw in de wereld van de acrogym.

Ze schermen haar af van de boze woorden, de aanvallende blikken en de tegenstrijdige signalen. Maar, het blijft moeilijk. Het geschreeuw door de zaal dat ze moet spannen, beter moet opletten, en dat onderpartners streng moeten zijn voor hun bovenpartner, want anders wordt het niets, is elke training wel te horen. Het wordt er haast dogmatisch ingestampt. En, als het mis gaat bij een deeltje….ja, dan….dan is het toch echt haar schuld. De onderpartners worden hier op aangekeken, zij moeten haar harder aanpakken. Maar zo hoort dat toch? Bij de andere teams is het ook altijd de jongste, de bovenpartner die het fout doet. Die beter haar best moet doen, die de angst opzij moet zetten. Alles moet doen voor het team; dat doet ze dus ook. Net als de rest. En, net als de andere topjes wordt ze hard aangepakt als ze het bij het individueel trainen niet hoog genoeg, snel genoeg, netjes genoeg doet. Nee, niet net als de andere. Maar elke keer specifiek. Net als een paar andere meisjes. Altijd zij.

Dogmatisch ingestampt om je best te doen uit angst

Altijd worden zij gekleineerd, strenger aangepakt en vernederd. Maar, dat hoort erbij….toch? Iemand moet het voorbeeld zijn. Door in het bijzijn van iedereen duidelijk te maken dat zij het niet goed doet, zal de rest van de groep zijn best doen. Want niemand wil het ‘foute’ voorbeeld zijn. Niemand wil zich rot voelen. Dus doe je je best, niet om geprezen te worden. Nee, uit angst. Angst voor een sneer, een gemene opmerking of de fysieke vernedering van twintig keer opdrukken als het net niet lukt. Zelfs die sneer is aandacht. Want over de vloer kijkend en dan dat ene team ziend, zit ze met vragen. Dat team dat er eigenlijk alleen maar bij hangt. Onder het mom van zelfstandig trainen aan het ploeteren is. Ze snapt het niet en komt er mee thuis. “Waarom worden zij niet geholpen?” Ze krijgen nooit hulp! Als ze hun oefening hebben gedaan, wordt dit eigenlijk niet echt nabesproken.

Iedere oefening wordt bij de rest altijd uitgebreid besproken op waar het fout ging. Bij dat ene team niet. “Dat is toch raar?” Als moeder heb ik een vermoeden. Iets met verstrengelde belangen van trainers, ouders die via hun kinderen worden gepakt voor de kritische vragen over de trainingen, teamsamenstellingen en het veilige sportklimaat. Want als ouder heb je niet op te komen voor je kind. Nee, als ouder hoor je ook erbij. En, wat wordt er dan van ons als ouders verwacht? Eigenlijk ook best veel. We moesten vooral de trainer steunen. Zeggen dat het wel goed komt. Dat het erbij hoort. Dat de trainer echt het beste met de gymnast voor heeft. En, vooral ook zorgen dat ze komt trainen. Ook als ze een beetje ziek is. Ook als we eigenlijk vakantie hebben. Ook als ze even rust nodig heeft. Van ons als ouders wordt verwacht dat we het trainersteam steunen, het proces vertrouwen en ons leven erom heen bouwen.

Belangenverstrengeling en represailles voor kritiek

Want je laat het team niet in de steek. Ook als ouders niet. Dat doe je dan dus ook. Niet voor de vereniging, niet voor de trainer, niet voor het team. Maar wel voor jouw dochter. Jouw meisje dat zo ontzettend graag deze sport doet en er plezier in heeft…..meestal. Ook op de wedstrijden doet ze haar best, maar de hoge verwachtingen vanuit de vereniging en trainer konden ze als team niet waarmaken. Kleine foutjes zorgden ervoor dat ze zich niet plaatsten. Voor hun geen probleem, maar in de trainingen werd niet meer naar ze gekeken. De aandacht ging uit naar de teams die zich wel hadden geplaatst. Zij moesten zichzelf maar trainen. De onrust groeide, maar de liefde voor de sport ook. Er volgen trainingen waarin nieuwe teamsamenstellingen worden uitgeprobeerd. Als ouders kijken we toe en zetten vraagtekens bij de diverse ‘proefjes’.

Te zware bovenpartners, ongelijke lengte van onderpartners en toch ook die duidelijke voorkeursbehandelingen van bepaalde personen. Ze komt weer in een team. Het lijkt een mooi team te worden met een fijne klik en ze trainen hard. Maar ze komt steeds vaker somber terug van de training. De trainers waren alleen maar aan de andere kant van de vloer bezig. “Wij moesten maar alleen trainen. Dat vind ik lastig. Mijn partners zijn dan veel met elkaar bezig. Ik moet alleen maar doen wat zij zeggen. Er volgt een blessure en voor het eerst krijg ik als moeder van heel dichtbij te maken met de indoctrinatie van deze sport. Of trainer? Mijn meisje wil kost wat kost meedoen aan de wedstrijd. “Ik ga mijn team niet in de steek laten!” Ik ga er in mee. Ook ik ben besmet met het prestatie-virus, en vergeet dat het lichaam van mijn dochter echt nog langer mee moet dan die ene wedstrijd. Ingetapet en vol met pijnstillers draait ze de oefening om met tranen in haar ogen na het laatste (mislukte) deeltje de mat af te lopen.

Ook de ouder wordt besmet met het prestatie-virus

Maar ook dat hoort bij de sport. En tja, dat deeltje….zij is de bovenpartner….haar schuld dus. Met die gedachte in haar en bij haar partners is het zaadje geplant. Er volgt een onrustige periode van wel/niet willen trainen. Maar, de liefde voor de sport is groter dan de onrust in het team en de hal. Helaas wint de onrust. Daar waar we nooit bij stil hebben gestaan, gebeurt. Ze wordt uit het team gezet. Waarom? Eigenlijk tot op de dag van vandaag is dat voor ons nog onduidelijk. Het liep niet lekker, de trainers weten niet hoe ze met haar kunnen werken, ze was niet gemotiveerd (ze werd niet op de goede manier gemotiveerd). Haar onderpartners krijgen een nieuwe bovenpartner. Ze wordt letterlijk ingeruild en zij staat aan de zijlijn te kijken. Of beter gezegd buiten de zaal, want ze was niet meer welkom in de wedstrijdgroep aangezien ze geen team meer had. “Maar ik wil wel nog steeds acro blijven doen….hoor!” Ja, maar hoe en waar en wat? Hoor ik mezelf denken. We kijken rond, maar de verenigingen liggen niet om de hoek. Wat moeten we doen?

De nieuwe teamsamenstellingstrainingen beginnen en ze mag terugkomen om weer mee te trainen. Ze is de hemel te rijk. Wat is ze blij, door het dolle heen. Maar, wat is de domper groot. Elke keer wordt ze in een team gezet waarvan ze al heeft aangegeven het niet ‘fijn’ te vinden. Ze voelt zich niet veilig, niet zichzelf. Maar het maakt niet uit, volgens de trainers. Dit is haar team. Hier moet ze het mee doen. Hiervan vinden de trainers dat het goed is. Dat dit team de grootste medaille-kansen heeft. Want dat is waar ze voor gaan. Welk niveau vraag je? Nou, gewoon. Ik als moeder geloof ik de trainers. Ik luister naar ze. Want zij hebben de ervaring en weten toch wat het beste is? Toch? Nog steeds wil je ze het voordeel van de twijfel geven, maar het knaagt en je onderbuikgevoel wordt steeds sterker. Wat vorig jaar bij dat ene meisje gebeurde, doen ze dat nu mijn dochter aan? Wordt ze eruit gewerkt, houden ze op deze manier hun geweten schoon? Zetten ze haar in een team waarvan ze nu al weten dat het voor haar niet gaat werken? Drijven ze hun zin door? Heeft ze het maar te slikken? Te accepteren of anders maar te vertrekken? Het lijkt er steeds meer op. Daar waar ik als moeder altijd vertrouwen heb gehad in de trainersstaf, begint het te schuren. Mijn twijfel groeit.

‘A disaster waiting to happen’ was ook wat gebeurde

In het Engels is daar een mooi gezegde voor: “a disaster waiting to happen’. En dat is ook precies wat er gebeurde. Het plezier wordt haar afgepakt. Ze gaat met tegenzin naar de trainingen en doet haar ding. Waarom? “Omdat ik de sport wel leuk vind, alleen niet op deze manier! Ik wil wedstrijden doen, ik wil kunnen laten zien wat ik kan!” Maar soms is die wilskracht niet voldoende. Er volgden gesprekken. Gesprekken waarin duidelijk gemaakt werd dat er geen veranderingen zouden komen. Gesprekken waarin ik als moeder mijn dochter weg zie kruipen van angst. Weggedoken in haar schulp, omdat ze wel wil, maar niet op deze manier. En dan mag ik als moeder nog blij zijn dat ik bij de gesprekken mocht zijn, want dat is blijkbaar niet vanzelfsprekend, aangezien ik er voor heb moeten vechten. Wat er dan in de hal tijdens de ‘gesprekjes langs de kant’ is gezegd, daar kan ik enkel naar gissen. Maar, dit zou het zijn. ‘Take it or leave it.’ Ze moest kiezen. Dit team of niets meer. Niet kijken naar de behoefte van de sporter, maar alles voor de medaille of misschien wel voor de trainer. Want als gymnasten of hun ouders voor diens belangen zouden vechten, dan zou dit de trainer misschien wel kunnen ondermijnen.

Maar, is het ondermijnen of zou het juist een kracht van een trainer moeten zijn om te luisteren naar de gymnasten? Is dat het verschil tussen een trainer en een coach? Ook onder de andere ouders klonken steeds meer geluiden van onrust. Uit opmerkingen van leden van de technische staf werd duidelijk dat er niets gedaan zou worden, want dan had de vereniging een probleem. Daar waar dit voor de turnselecties geen probleem zou zijn en ook op wordt gehandeld, was dat nu wel reden om de oogkleppen op te houden? Waarom werden er bij de turnselecties wel trainers vervangen die over de schreef gingen en hier niet? Waarom wordt hier de hand boven het hoofd gehouden van de trainer. Want zo gaat het nu eenmaal in deze sport? De trainer bepaalt het team, de trainer bepaalt de oefening, de trainer bepaalt….punt. Dat was het verhaal in elk geval. Wat doe je dan als gymnast? Als liefhebber van de sport. Je zegt niets, je zwijgt. Niet omdat je het er als vanzelfsprekend mee eens bent, maar omdat jij de sport wilt uitoefenen die je liefhebt. Omdat je ergens diep van binnen hoopt dat het wel mee valt. Dat je echt wel gehoord zult worden als het niet goed gaat.

Waarom worden foute trainers in bescherming genomen?

En als ouder? Als ouder laat je het gebeuren. Want je houdt van je kind en je wilt niet dat ze niet haar hart kan volgen en vol van passie de sport kan uitoefenen die ze zo lief heeft. Dus je zwijgt. Want niemand durft wat te zeggen. Want je wilt niet dat jouw dochter geen aandacht meer krijgt, niet meer haar geliefde sport kan uitoefenen. Nee, dan houd je je mond. Want zelfs als ouder vanaf de zijlijn ervaar je angst. Angst voor de eventuele consequenties. Angst om geweerd te worden van de tribune, om in een hoek gezet te worden en je dochter aan de kant. De sporter is hier het middel geworden van de trainer om succesvol te zijn. Een fanatieke trainer die voorbij gaat aan de grenzen van de sporter. De medaille-koorts, het wedstrijdduiveltje en het prestatie-virus zorgen ervoor dat er met oogkleppen op gekeken wordt. Wanneer die medailles behaald worden, is dit de bevestiging die de trainer nodig heeft. Het bewijst het succes van de trainingsmethode, waarbij alle grenzen van een veilig sportklimaat zijn overschreden. Wanneer het bestuur van zo’n vereniging dit niet ziet of niet wilt zien, want de prestaties zijn belangrijk voor de uitstraling van de vereniging, dan zijn ze de sporters en ouders die dit signaleren liever kwijt dan rijk.

Dat is dan ook wat er gebeurt. Sporters gaan weg en nieuwe komen. Toch verandert er niets. Of misschien ook wel, want dat virus gaat door in de vereniging. Het veilige sportklimaat komt in het gedrang en ook bij de turnselecties wordt de medaille belangrijker dan de sporter. Dat is gevaarlijk voor de sport, want het gaat om plezier en niet de medaille. De weg en niet het doel. Nu hoor ik mijn eigen advocaat van de duivel al roepen: Zo, erg is het toch niet? Toch? Er waren vast ook ouders en gymnasten die het zo totaal niet hebben gezien of ervaren. Dat zal ook zeker zo zijn. Sterker nog zoals ik schrijf zien de trainers-, technische staf en het bestuur het allemaal niet zo zwaar. Dat heb ik ook gezien en gehoord. Er waren zeker ook gymnasten die het wel goed hadden. Die het wel goed deden, die wel complimenten kregen waarvan de ouders wel positief waren. Waar het wel goed bij ging. Dat is precies waar het hier om gaat. Als het goed gaat, gaat het goed en is er niets aan de hand. Is de trainer oké en daarmee ook de gymnast. Maar als het niet goed gaat, dan gaat het mis. Heel erg mis. Dan is er reden om te zeggen: zo hoort een trainer niet te doen. Zo hoort een trainer niet te reageren. Zo hoort een kind nooit of te nimmer behandeld te worden. Zo doe/praat je niet tegen een kind. Of beter gezegd tegen niemand! Dat heeft gevolgen…..veel gevolgen.

Pas als het niet goed gaat, dan gaat het mis, heel erg mis.

Hoe het nu gaat met dat meisje van toen? Ze heeft het nog steeds moeilijk. Ze heeft inmiddels bij een andere vereniging wel twee coaches naast zich staan op de acro-vloer. Dus wij – sporter en ouders – weten inmiddels dat het niet bij de sport hoort, maar wel bij die ene trainer en die trainingsstaf. Ziet ze uit naar de wedstrijden komend jaar? Nee, eigenlijk niet. Want ze is nog steeds bang. Bang voor de blikken, de opmerkingen en alle gevoelens die het op gaat roepen. En ik als
moeder snap dit en voel het ook. Maar, ze weet ook dat ze samen met haar team en haar coaches een mooi jaar gaat hebben waarin ze met veel plezier het beste uit zichzelf gaat halen. Niet voor de medaille, maar voor de hoogst haalbare prestatie van zichzelf en daarmee haar team. En zo weer vertrouwen krijgt in zichzelf en haar eigen kunnen.”

Artikel © GymPOWER | Credit tekst en interview © anonieme auteur, met dank aan de moedige ouders die dit verhaal durfden te vertellen | Credit cover: persfoto archief © GymPOWER – Naam fotograaf onvermeld

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.