Claudia de Graaf doorbreekt de stilte: “Een goed zelfbeeld is van belang voor een gezond sportleven”

Claudia de Graaf doorbreekt de stilte: “Een goed zelfbeeld is van belang voor een gezond sportleven”

HEERENVEEN – Begin juli 2020 deed één van ‘s Nederlands beste trampolinespringsters en groot sporttalent, Claudia de Graaf, een opzienbarend statement op social media over #mentalhealthmatters #breakthestigma. Ondanks het feit dat ze veel succes kende als topsportster in haar geliefde sport en ze altijd fijne train(st)ers heeft gehad bij de clubs waar ze getraind heeft, – Alette Craig bij VAKO Vries, Roland Klein bij TSV Hoogezand en Kirsten Kappetein bij TSH Heerenveen -, blijkt nu dat ze tijdens haar sportcarrière gekampt heeft met een ernstige eetstoornis. Ze vindt het belangrijk om haar verhaal te delen om andere sporters en trainers te helpen op tijd de juiste stappen te zetten om hun zelfbeeld door alle wedstrijd- en trainingsdruk heen positief te houden. In een interview met GymPOWER ging ze uitgebreid in op haar ervaringen, inzichten en visie. “Overdreven nadruk op gewicht leidt nergens heen, sportplezier en passie brengen je verder. Ook in de topsport. Een goed zelfbeeld is van belang voor een gezond sportleven.”

In 2017 won Claudia de Graaf samen met Floor Meijering van KDO Apeldoorn de wereldtitel in het synchroon trampolinespringen bij de junioren 17-19 jaar op de WK (WAGC) in Sofia, Bulgarije. In augustus 2019 besloot De Graaf haar veertienjarige topsportcarrière te beëindigen. Ze richtte zich op haar studie psychologie en op een trainersloopbaan. Zij heeft het getroffen met haar train(st)ers die altijd voor haar klaar stonden en treedt graag in hun voetsporen. Pas nu ze naar buiten treedt met haar verhaal, blijkt ze tijdens haar carrière met vraagstukken geworsteld te hebben, die niemand kon vermoeden. Ze leeft mee met andere gymnasten die nu vertellen dat ze beschadigd zijn geraakt in de sport. Het is belangrijk dat ze hun stem vinden over wat er speelt en speelde in de gymsportcultuur. (Na)zorg is wel essentieel daarbij, beseft ze. Vanuit haar opleiding en het trainerschap en op basis van haar ervaringen heeft ze als volwassene het voor zichzelf op een rij kunnen zetten.  Er kunnen er meer sporters zijn, die met een eetstoornis hebben geworsteld en/of nog steeds worstelen.

Wanneer ontdekte je dat je te kampen had met een eetstoornis?

“Eerlijk gezegd wist ik al heel lang wel dat ik niet heel handig bezig was met eten. Ik had zelf vooral een hekel aan de eetbuien, want die lieten me echt heel hopeloos, mislukt en depressief voelen. Dat is ook de reden dat ik uiteindelijk begin 2018 hulp gezocht heb. Tijdens de behandeling kreeg ik veel inzichten en leerde ik ook heel veel dingen over eten en kon toen ook inzien dat ik echt een eetstoornis had. Ik werd me toen ook bewust van de manier waarop de eetstoornis mijn gedachten en mijn leven beïnvloedde. Achteraf gezien is het al zeker negen jaar geleden begonnen maar destijds heb ik dat niet zo ervaren. Ik vond dat het erbij hoorde, dat ik gezond en minimaal moest eten. En eetbuien zag ik als een tekort aan discipline. Nu zie ik in dat al mijn acties en gedrag precies in het ziektebeeld van een eetstoornis passen.”

Kwam dat door prestatiedrang, onzekerheid of perfectionisme? 

“Ik denk dat er een hele grote relatie mee is. Als ik voor mezelf spreek in ieder geval wel. Het zijn drie hele grote dingen waar ik in de sport, maar ook erbuiten, veel te maken had en heb. Je krijgt niet een eetstoornis omdat je een sport doet waarbij je een strak turnpakje aan moet en beoordeeld wordt op hoe je beweegt (en al gauw ook op hoe je er uit ziet). Het is altijd een combinatie van verschillende factoren, waaronder ook omgeving maar ik denk dat ook karaktereigenschappen er een hele grote van is. Ik wilde zo graag mezelf verbeteren als sporter en in mijn beleving hoorde daar een ‘gezonde voeding’ ook bij. En dit wilde ik perfect doen, want anders kon ik het in mijn ogen net zo goed niet doen. Ik was daarnaast erg onzeker over mezelf, ik vond mezelf fysiek gezien helemaal niet passen in het plaatje ‘topsporter’ en dat wilde ik gewoon zo graag veranderen. Er was gewoon een gedachte dat ik er alles aan gedaan wilde hebben om zo goed mogelijk te worden, maar daar ontstond bij mij een over-focus op eten.”

Waren er toen al signalen dat er meer aan de hand was met je?

“Signalen dat er meer aan de hand was, vind ik lastig te zeggen. Er zijn de standaard-dingen zoals gewichtsveranderingen of het dwangmatig of obsessief bezig zijn met bewegen en/of eten. Maar al deze dingen zijn slechts symptomen. Soms zijn dat duidelijke signalen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Het zou naar mijn mening perfect zijn als er zo’n openheid in de trainingsomgeving is dat zoiets al heel vroeg wordt opgemerkt en besproken, maar zoiets lijkt mij wel lastig te creëren. Ik denk ook dat het in de sportwereld lang niet altijd te voorkomen is, maar in dat geval is het belangrijk dat een sporter de juiste hulp aangeboden krijgt.” Zijn er dan ‘verboden woorden’ in zo’n situatie? “Ik denk niet dat er echt verboden woorden zijn, zolang je een sporter serieus genomen wordt.”

Heb je je verhaal kunnen delen met de mensen om je heen?

“Er zijn wel mensen die ik al eerder soms stukjes heb laten weten over mijn strijd met eten en sommige mensen zagen ook wel aan me dat het niet goed met me ging, maar helemaal eerlijk en open ben ik er nooit over geweest tot aan mijn behandeling. Ook toen heb ik het eerst nog oppervlakkig gehouden. Mijn ouders en vriendinnen wisten er wel van. Toen heb ik het er ook over gehad met mijn trainster en mijn trainingsgenootjes geïnformeerd, omdat ik voor langere tijd op bepaalde momenten niet aanwezig zou zijn en me ook voor ruim een half jaar had teruggetrokken uit het wedstrijdprogramma. De therapie had ook echt zijn doorwerking de rest van de week, dus ik vond het ook heel fijn dat de mensen waarmee ik het vaakst samen was daarvan af wisten. Tijdens de therapie leerde ik beter mijn gevoelens om te kunnen zetten in woorden en ook beter mezelf te uiten. Zodoende werd ik ook steeds opener tegenover mijn omgeving, maar daar is heel veel tijd overheen gegaan. Ik ben nu heel blij dat ik er zo veel beter over kan praten, zonder me te schamen of me te veel te voelen.”

Wanneer ben je begonnen aan de behandeling hiervoor?

“Begin 2018 dat ik daarmee begon en eigenlijk was ik toen best wel fit, qua sporten. Maar toen heb ik me toch helemaal teruggetrokken van alle wedstrijden tot en met de NK in Ahoy. Iedereen vraagt dan wel wat er is, dus ik zei ‘Het gaat allemaal even niet zo…’en dat was dus ook zo. Het was niet alleen het eten. Ik was ook oververmoeid van het leven, zeg maar. Ik ben daarna ook gestopt met een dubbel gevoel. Wat ik schreef op Facebook is echt zo. Het is mooi geweest en ik ben echt trots op wat ik heb gedaan. Het was oké zo. Ik wist dat het voor mij de keus was op dat moment, want het nam mentaal zoveel ruimte in… Ik wil mijn energie nu meer verdelen en dat was het ook. Dus aan de andere kant jammer, maar ja.”

Waarom is het moeilijk om mensen in vertrouwen te nemen?

“Als ik naar mezelf kijk, vond ik het vooral lastig omdat ik mezelf niet serieus nam en dacht dat anderen dat ook niet zouden doen. Ik schaamde me er ook voor. Ik voelde me wel heel rot, maar ik vond niet dat ik echt recht van spreken had. Bovendien had ik in mijn hoofd een stereotype beeld van eetstoornissen en daar paste ik totaal niet in. Ik wist wel dat ik echt hulp nodig had, maar ik voelde me een soort mislukt geval omdat ik niet in het plaatje paste. Ik kan me die gedachtegang nu niet meer goed voorstellen, maar dat was echt mijn overtuiging. Ik weet nu dat het grote onzin is, want de meeste mensen die een eetstoornis hebben, hebben géén ondergewicht. Ondergewicht is maar een symptoom van een probleem dat echt veel dieper ligt. Het heeft niet bij iedereen dezelfde uitingsvorm, maar dat is niet meer dan logisch. Los daarvan is het vaak iets wat iemand meestal voor langere tijd voor zichzelf houdt en het delen ervan is heel moeilijk als je er echt middenin zit. Aan de ene kant is dat eetprobleem namelijk echt vreselijk en aan de andere kant geeft het je (schijn)veiligheid. Het is heel eng en moeilijk om dat los te laten.”

Had je dan twee levens, één in de sporthal en één daarbuiten?

“Zo heb ik het vaak wel ervaren ja! Vooral als ik mij bijvoorbeeld ’s avonds helemaal niet fijn en goed voelde dan kon ik daar helemaal in ‘verdrinken’. De volgende ochtend stond ik weer in de turnhal alsof er niets aan de hand was. Ook omdat ik het super lastig vond om te eten in het bijzijn van anderen (vooral mensen die te maken hebben met de sport), maar wanneer ik alleen was dus wel vaak eetbuien had. Ik heb zo ontzettend vaak gedacht:  ‘Ze moesten eens weten…’ Ik heb me er erg voor geschaamd. Maar soortgelijke gedachtes had ik bijvoorbeeld ook tegenover familie en vrienden. De eetstoornis was gewoon ‘mijn geheim’.”

Wat heb jij er toen aan gedaan dat je anderen nu zou aanraden?

“Nou, waar ik dus eerst echt niets van wilde weten: praat! Echt waar, praat erover! Soms vond ik dit alsnog lastig, omdat ook niet iedereen het even goed begreep. Ik werd bij de GGZ behandeld in een groep, en eerst wilde ik dat absoluut niet, maar uiteindelijk bleek dat één van de beste dingen die me is overkomen. Ergens weet je wel dat je niet de enige bent, maar opeens waren daar allemaal mensen die gewoon precies snapten hoe ik mij voelde. En zelfs de meest rare dingen die ik ooit heb gedaan in mijn eetstoornis, zelfs daarin bleek ik niet de enige. Ik heb zo veel steun ervaren tijdens mijn behandeling van de andere cliënten, mijn groepsgenoten. Ik heb daar eigenlijk ook geleerd om de steun te ontvangen. Waardoor ik dit uiteindelijk ook kon toepassen in mijn eigen directe omgeving. Hoe opener ik werd en hoe duidelijker ik uitlegde wat voor mij lastig was, hoe beter ze mij konden helpen en steunen.”

Wie binnen de club zou een sporter hiermee kunnen helpen?

“Ik denk dat dit afhankelijk is van het niveau van sporten. Topsporters hebben natuurlijk een erg andere band met hun trainers/coaches dan wedstrijd- of recreatiesporters. Ik vraag me ook af of het praten er makkelijker op wordt met een vertrouwenspersoon van de club als diegene verder relatief onbekend is voor een sporter. Wat betreft een diëtist, ligt dat denk ik aan de insteek en de benadering. Ik denk dat het heel goed is om sporters te informeren over voeding. Maar naar mijn mening mag er een grotere focus liggen op het feit dat je voeding echt nodig hebt als brandstof, in plaats van een focus op afvallen, de weegschaal en dat je zo fit mogelijk moet zijn. Ik gebruik een uitspraak van mijn trainster altijd als voorbeeld: “Een auto rijdt ook niet zonder brandstof!” En zo is het ook. Als je lijf niet genoeg voeding krijgt dan kan het niet goed presteren en herstellen. Dat vind ik vooral belangrijk. Zelfs was ik fysiek gezien op mijn hoogtepunt vlak voordat ik stopte. Tijdens die periode had ik tijdens therapie eindelijk mijn eetlijsten onder controle, en wat me eerst zo vreselijk te veel eten leek, bleek me uiteindelijk sterker, beter en energieker te maken dan ooit. Maar eigenlijk vind ik het persoonlijk het allerbelangrijkst dat sporters goed in hun vel zitten, dat is gewoon de basis.”

In veel sporten ligt de focus te veel op weegschaal en prestaties.

“Ik denk dat het belangrijk is om als (top)sporter een goede balans te hebben. Natuurlijk is gezond en voedzaam eten van belang als je heel veel trainingsuren maakt. Maar er gebeurt echt niets (behalve juist positieve dingen) als je ook af en toe eens geniet van iets anders. Zelfs heb ik trouwens veel gehad aan een filmpje ‘Beautiful Bodies’ van CBC Sports over de Canadese Rosie MacLennan, tweevoudig Olympisch kampioene (2012 en 2016) en wereldkampioene (2013) in het trampolinespringen. Het kwam neer op: ‘Wil je graag het dunste meisje zijn op de trampoline, of wil je de beste zijn? Want dat is zeker niet per se hetzelfde…’ Het gaat om zoveel meer dan of je vijf kilo zwaarder of lichter moet zijn. Dat heb ik zelf ook geleerd in die therapie. Ik vond het soms nog wel lastig, maar je bent als mens zoveel meer dan dat. Je kan ook zoveel meer dan dat. Dan dat alles om je lichaam draait, zelfs als sporter. Op het moment geef ik zelf ook veel training, onder andere aan topsporters (in de dop) en denk daardoor ook veel na over hoe het beter kan, en over hoe je dit soort problematiek kunt voorkomen. Daar ben ik nog niet over uit… De eigenschappen die heel herkenbaar zijn bij eetstoornissen, zoals perfectionisme en prestatiedrang, zijn ook eigenschappen die je als topsporter heel ver kunnen brengen. Dat maakt het ook zo ontzettend lastig. Voor mij was het onlosmakelijk met elkaar verbonden en dat is ook één van de redenen waarom ik uiteindelijk heb besloten om te stoppen met topsport. Ik kan mezelf nu eindelijk de rust gunnen.”

Een eetstoornis hoeft niet per se te komen door topsport?

“Nu ik zelf training geef, heeft het stuk trainer-sporter me aan het denken gezet. “Hoe kun je het het beste aanpakken als het je overkomt? Hoe had het anders kunnen gaan? Ik vraag me af of het bij mij voorkomen had kunnen worden. Ik denk het niet. Want het zit ook in mijn karakter en ik denk dat dit me ook zonder de sport had kunnen overkomen. Het zou dan wel anders gelopen zijn, maar ik had ook een eetstoornis kunnen ontwikkelen als ik niet aan topsport had gedaan. Dat denk ik echt, want mensen hebben het over de sportkleding en de strakke pakjes. Er zijn ook veel gymsporters die daar moeite mee hebben….om in die strakke sportkleding te sporten. Daar heb ik zelf nooit per se veel moeite mee gehad, want bij mij ging het niet om het moeten afvallen. Ik dacht: ‘Ik moet zo goed mogelijk eten en zo fit mogelijk zijn, want dan kan ik mezelf niets verwijten als me niet zou lukken wat ik wil bereiken.’ Daarin was ik super-perfectionistisch, veel te streng voor mezelf. Dat hield ik niet vol en daarmee belandde ik in een vicieuze cirkel met het eten en daardoor werd het een eetstoornis. Maar het begon vanuit het gevoel dat ik het heel graag heel goed wilde doen. Dat had ik ook op school en ook in sociale situaties.”

Hoe zou jij nu als trainster met dit soort signalen omgaan? 

“Ik denk dat ik het gesprek aan zou gaan, als bepaalde dingen me op zijn gevallen of dat het nodig is om er een beetje naar te vissen… want je weet niet wat er zich van binnen allemaal afspeelt. Soms zijn er signalen, maar soms zijn er geen signalen en is wel iets gaande. Naar mijn idee is het goed om een bepaalde openheid te creëren. Dat is makkelijk praten, dat weet ik. Bij mij is er ook altijd over gesproken. Ik ben begonnen bij Alette Craig in Vries, toen was ik nog vrij jong, daarna ben ik naar Hoogezand gegaan en toen speelde het zich al af. Ik trainde bij Roland Klein, daar waren ook anderen aanwezig als Esther en Leo Steinebach en daar heb ik altijd heel goed mee kunnen delen. In Heerenveen heb ik tot het laatst bij Kirsten Kappetein getraind en het altijd ook met haar goed kunnen vinden. Ondanks dat is het alsnog gebeurd. Dus ja, wat doe je eraan als trainer?”

In Heerenveen trainen jullie tegelijkertijd met topturnsters? 

“We trainden inderdaad deels tegelijkertijd, met elkaar in dezelfde hal, maar iedereen deed z’n eigen ding. Ik vond het altijd wel heel mooi dat je met elkaar in één hal was. Wat betreft het veilig sportklimaat… Ik begrijp dat je als trainer je sporter wil uitdagen, maar ik ben het niet eens met het soort praktijken waar je nu over hoort. Topsport is hard, dat is gewoon zo, maar er zijn wel verschillende levels hoe je dat kunt benaderen. Tikken uitdelen past bij mij absoluut niet in het plaatje van een veilig sportklimaat. Ik heb er zelf nooit mee te maken gehad. Over andere dingen kan ik niet meepraten, want dit soort dingen gebeurt niet in de openheid. Maar ik denk ook dat het het plezier in de sport weghaalt. Wat me zover heeft gebracht, is juist het plezier en de passie voor de sport. Ik genoot er echt van en wanneer dit soort acties gebeuren, dan gaat de hele sport achteruit. Het kan niet alleen gaan over het presteren en niet goed genoeg zijn. Dat vind ik gewoon jammer. Ik hoop dat er een soort openheid komt op alle vlakken. Waarmee turnsters nu naar buiten komen, heeft zich tien-vijftien jaar geleden afgespeeld…en nu die trainers de hal uitzetten? Ik weet niet hoe ze nu training geven… Ik sta met Vincent Wevers in de zaal training te geven, maar er kunnen altijd dingen gebeuren die je niet ziet. Dus ik kan daar ook niet over oordelen. Het gaat vooral om wat er nu gebeurt, veel meer dan wat er destijds is gebeurd. Daar verander je gewoon niks meer aan.”

Wat vind jij belangrijk voor een veilige sportomgeving? 

“Wat er moet gebeuren, is dat de turnsters en gymsporters van nu moeten praten en dat er zo’n veiligheid gecreëerd wordt dat je zeker wordt dat er actie wordt ondernomen. Zolang je dat niet weet, ga je je mond niet open trekken. Anders gooi je je eigen glazen in. Maar als je zeker weet dat de bond achter je staat, en dat anderen achter je staan, en er wat gaat gebeuren, dan denk ik dat het anders is en kan worden. Ik denk zelf dat er nog steeds een soort overwaardering is voor een superfit lichaam. Eigenlijk kun je dat bij diverse topprestaties niet hoog houden. Als je naar de turnwereld kijkt, moet iedereen superstrak afgetraind zijn, geen grammetje teveel. Alleen vind ik dat, zonder zelf over iemands lichaam te oordelen, bij trampolinespringers sowieso onzin. Een perfect afgetraind lichaam is geen garantie voor succes in de sport. Je kan er een overfocus op hebben, maar dat garandeert helemaal niet dat jij daardoor de beste wordt. Ik denk dat mensen goed worden geïnformeerd over voeding, want je moet de juiste brandstof hebben en evenwicht daarin. De juiste brandstof is nodig, je vraagt er ook veel van. Maar er wordt teveel nadruk op gelegd. Het is niet zo belangrijk, als het wordt gemaakt. Zelf vond ik het ook heel belangrijk, alleen als ik daar nu achteraf naar kijk…tja. Ik pas niet in het perfecte afgetrainde plaatje. Maar ik heb wel, met Floor, de wereldtitel gewonnen. Dus…”

Waarom kom je nu met dit statement #mentalhealthmatters?

“De laatste maanden gaat het mentaal gezien een stuk beter met me dan voorheen, maar dat zette me ook aan het denken over wat ik heb meegemaakt. Na jarenlang worstelen heb ik heb een intensieve behandeling gehad, maar ook daarna ben ik nog veel in gevecht geweest met mezelf. Mede ook door het stoppen met topsport. Terugkijkende voel ik me sterk en trots op wat ik heb overkomen, maar ben ik me ook bewust van het feit dat er zo veel meer mensen zijn die hiermee dealen. Ik voel me nu eindelijk in mijn kracht en dat heeft me het idee gegeven om deze ervaring te delen. Misschien is er iemand die zich er een stukje minder alleen of onbegrepen door voelt. Bovendien wil ik graag laten zien dat (op het eerste gezicht) ‘onzichtbare eetstoornissen’ óók heel serieus zijn en heel veel impact kunnen hebben. Ik hoop dat het anderen aanzet om hulp te zoeken voor zichzelf, want ik weet hoe lastig dat kan zijn… Mensen mogen mij altijd een berichtje sturen als ze meer willen weten of zich hierin herkennen. Ik zou niets liever willen! Want niemand verdient het om zoiets te doorstaan en al helemaal niet alleen. Het doet mij sowieso goed om erover te praten, maar ik moest er wel lang over nadenken omdat ik me ook afvroeg: ‘Wat is nou mijn visie hierin?’ Ik deed aan topsport en weet dat een gezond lijf belangrijk is, maar ik weet ook waar die overfocus mij gebracht heeft en tja, waar doe je dan goed aan? Wat wil je dan overbrengen? Wat is het belangrijkste? Ik hoop dat het me gelukt is in dit interview. Ik heb er nu wel een goed gevoel bij.”

Een video/podcast op YouTube van dit interview voor GymPOWER met Claudia de Graaf is te bekijken via de link bovenaan dit artikel. In deze periode waarin de internationale en nationale sportwereld diep geraakt wordt door verklaringen over en onderzoeken naar (on)veiligheid in elk opzicht in het sportklimaat, geeft dit verhaal troost en handvatten. Een bijzonder interview en artikel uit het GymPower Sportmagazine nummer 2020-04 dat de lezers aangeboden wordt zonder PREMIUM-restrictie omdat het de moeite waard is dit nu te lezen.

Artikel © GymPOWER Sportmagazine | Credit tekst, video/podcast en interview © Casper Beijn | Credit persfoto’s artikel inclusief cover: archief © GymPOWER: fotograaf © Maurice Smeets | Credit persfoto’s video/podcast: archief © GymPOWER © Martine Hooijenga-Le Duc; © Maurice Smeets; © Therry da Silva; en © Yoshida Rosenboom; Credit beeldcitaten/image quotes video/podcast: © Claudia de Graaf; © CBC Sports, © FIG, © KNGU, ©Leeuwarder Courant, © Triffis TV/© Sven Mooij, © TSH Heerenveen; Vries.nu; Credit live music & lyrics quote: ‘Think’ van Aretha Franklin -live gezongen op © ‘It’s a Kind of Christmas’ 2019 in Sportstad Heerenveen; Rechtenvrije muziek via © YouTube: ‘Pirouette’ © Asher Fulero

Sportredactie GymPOWER

Sportredactie GymPOWER

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.