Acrogymnast aan de zijlijn: “Als je met je ogen knippert en het bijna zelf niet gelooft!”

Acrogymnast aan de zijlijn: “Als je met je ogen knippert en het bijna zelf niet gelooft!”

ROTTERDAM – Naar aanleiding van de publicaties op GymPOWER en andere media met de oproep en stellingen van gymnastiekunie DG/KNGU om (opnieuw) formele meldingen te doen over misstanden om een cultuuromslag te bewerkstelligen in de gymsportwereld, nam een acrogymnast contact op met GymPOWER met het verzoek ook een reactie te mogen geven, in het kader van hoor en wederhoor. In de vorm van onderstaand artikel.

NB: Dit artikel kan schokkende fragmenten bevatten die, zonder de juiste begeleiding en nazorg, lezers van elke leeftijd, slachtoffers van en andere betrokkenen bij misstanden psychische schade kan berokkenen door de onverwerkte herinneringen en gevoelens die de beschreven ervaringen zouden kunnen oproepen. We raden aan om dit dan niet te lezen of anders hulp van een (zorg)professional in te schakelen die hierbij zou kunnen helpen of adviseren om dit te verwerken of andere noodzakelijke stappen te ondernemen.

Vanuit ergens in Nederland doe ik mijn verhaal. Het maakt niet uit waar het is, het is nog net vakantie en het zou overal in Nederland kunnen zijn. Maak je daar maar niet druk om. Waar ik me wel druk om maak is de start van het nieuwe seizoen in de acrogymnastiek. Los van Corona en de afstandsrisico’s, zit ik nog met een knoop in mijn maag van alle verhalen en herinneringen in #dossierturnmisbruik #ikbeneenvanhen. Natuurlijk heb ik gemeld bij Centrum voor Veilige Sport Nederland, vanuit de tijd dat ik turnster was, maar ik zie daar niet zo snel een verbetering van komen in de clubs, op de trainingsvloer zelf. Ik weet dat de sport en zeker de acrosport heel mooi kan zijn en had vorig jaar mijn laatste seizoen willen draaien samen met mijn team. Maar Corona kan geen afscheid zijn en ik heb het nog één seizoentje uitgesteld. Met dus een nieuwe teamgenoot hoop ik alles nu positief te kunnen afsluiten. Ik hoop dat mijn familie, mijn clubgenootjes en mijn trainers, de LTC en een beetje de bond me daar alsjeblieft bij willen helpen.

Begrijp me niet verkeerd, mijn eerste coach was geweldig! Ik kwam net uit het turnen met verschrikkelijke ervaringen bij twee clubs, maar deze trainer gaf me weer het plezier terug in de sport. Niet alleen plezier, hij herkende ook mijn talent. Hij geloofde in mij en door hem ben ik weer in mezelf gaan geloven. Dat sprookje was helaas ook snel voorbij toen hij vertrok en ik nieuwe trainers kreeg. Het eerstvolgende seizoen een trainer en trainster en het seizoen daarna twee trainsters. Gepresteerd moest er worden! Tuurlijk, wie wil niet naar de Jeugd-EK of WK. Maar dat er daardoor niet meer met plezier getraind kan worden, en dat het vanaf dag één van het nieuwe seizoen alleen maar om limieten ging, is wel het andere uiterste. We zijn niet eens een Olympische Sport…Maar we hadden mooie krachtige muziek en daar kon ik me wel in uitleven… En ja, het is dus niet mijn doel hier te vertellen hoe die eerste EK is verlopen. De prestatie mocht er zijn, maar tegen een prijs. Ik had  me er doorheen gesleept en het was alsnog beter dan het turnen.

In mijn derde seizoen gebeurde het onvermijdelijke, weer stress, geen goede communicatie in ons nieuwe team en een knieblessure. Ik trainde altijd hard en mijn team ook, dus ik had er vertrouwen in dat we die tijd wel zouden overbruggen en weer inhalen, maar niets was minder waar. Waar ik erg van schrok was de houding van mijn trainers. Nu ik een risico was geworden voor succes (en eer van de club) telde ik niet meer, ze lieten me links liggen en ik moest zelf maar zien hoe ik revalideerde. Mijn team keek me ook niet meer aan. Zo ging het niet langer, dus ik besloot met pijnstillers weer aan de trainingen te beginnen, wetende dat dit zich later wellicht zou wreken. Maar we redden het. Geen internationaal titeltoernooi, maar wel het NK, we deden het niet eens onverdienstelijk. Ik herinner me nog wel de opmerkingen en sneren van gymnasten van andere clubs: ‘Aansteller’, ‘aandachttrekker’, ‘zielenpoot’,’egoïst’, ‘amateur’, ‘leugenaar’, ‘bejaarde’. Het voelde alsof mijn team en trainsters meer aan hun kant stonden dan aan de mijne. Het leven is hard.

Dit alles maakte me wel heel onzeker en juist de wil om het graag goed te doen, legde een enorme extra druk. Wat zou het heerlijk zijn geweest als één van de trainsters een half uurtje met me was komen zitten en gewoon had besproken wat de verstandige opties waren geweest. Misschien hadden mijn partners een jaartje een duo kunnen zijn of kon gewoon de lat wat lager. Zo ging het in elk geval niet, dus op naar het volgend seizoen. Omdat het vertrouwen van de trainsters in mij danig was geslonken, werd me een mixed duo-partner toegewezen. Ik vond dat wel prima, want ik was van mening dat jongens vast wat minder zeuren. Bij een trainingsstage kwam er een nieuw probleem. Mijn clubgenootjes gingen roddelen over ons. We zaten weleens bij elkaar, want je praat als teamgenoten toch met elkaar lijkt me, maar vanaf dat moment was alles verdacht. Als we iets op social media postten, moest het er gelijk weer af omdat mensen buiten de club verkeerde ideeën zouden kunnen krijgen. Die had mijn eigen club dus blijkbaar al, ook leuk! Er werd ook tegen mijn ouders verteld dat ze goed op mijn verhalen thuis moesten letten en alles aan de trainers moesten doorgeven als er vraagtekens kwamen. Want een vriendje in de club kon niet, dat was niet professioneel! Niet dat ik er behoefte aan had, maar het idee vond ik wel absurd. En  toen ik later hoorde dat mijn ouders ook echt alles aan de trainsters hadden doorverteld, was ik pas echt boos. Afijn, door al dat gedoe, verliet mijn mixed-partner de club, teleurgesteld.

Nu zou het seizoen aanbreken dat ik eerstejaars senior zou worden, dus ik was wel benieuwd wat er nu mogelijk was. Ik had bewust nog zoveel mogelijk tijd vrij gehouden om naast studie te kunnen trainen, toen ik de vraag kreeg of ik nog wel door wilde of dat ik niet liever wilde stoppen. Nee dus. Als senior heb je de ervaring en kun je laten zien wat je kan, ik wilde een NK-finale halen en liefst nog meer. Toevallig of niet, ik raakte destijds in gesprek met een mental coach en ik vond dat ik veel van hem kon leren. Hij hielp me mijn eigen focus te houden en dan gaat samenwerken ook beter. Ik en mijn nieuwe partner werden een duo en weliswaar dachten ze dat we vrij kansloos waren -in elk geval werd er totaal niet in ons geloofd- maar ik zag duidelijk goede kansen.

We vonden het allebei fijn om hard te werken, dus we hoefden niet gemotiveerd te worden. Daar was geen gescheld bij nodig. Uit onszelf sloegen we al liefst geen training over voor een feestje of iets anders. Maar het leek te gaan om welke trainer ons mocht en welke niet. Die voorkeursbehandeling van anderen werkte averechts. Zoiets maakt het verschil of je je seizoen als negatief of als positief ervaart en bepaalt ook het vertrouwen of je op de wedstrijden eerlijk wordt voorbereid. Je wilt er met plezier blijven staan. Uit de training zelf kon ik genoeg voldoening halen. Dan is hard trainen en veel krachtoefeningen doen niet erg. Maar als er iemand naast je staat die alleen maar de andere kant op kijkt, dan is dat niet zoals het hoort. We spraken gelukkig veel samen en dat was goed. Als we niet lekker in ons vel zaten, dan kwamen we er toch weer uit. En de prestatie was er! Waar niemand op had gerekend, bleek toch prima te kunnen en we pakten toch mooi ons moment! Wat vreemd was, was dat het leek of het helemaal niet werd gewaardeerd. Of het jaloezie of misgunnen was, weet ik niet, maar toen wij stonden te juichen, werden we alleen schaapachtig aangekeken. Nou ja! Wij wisten dat we echt het beste uit onszelf hadden gehaald!

Vorig seizoen kwam een gestopte gymnaste helpen bij de training. Ik besprak veel met haar, want zij wist wat er speelde in en buiten de training. Ik besloot dus nog een jaar bij de club te blijven. Zij wist hoe het voelde als je als een nummer werd behandeld. Eigenlijk ben je een gebruiksvoorwerp voor het succes van de trainers en de club. Maar zij zag wie ik was als persoon. Dat zouden meer trainers moeten doen: kijken naar het individu dat ze voor zich hebben, in plaats van hun plaatje compleet maken. Het gaat de trainers erom dat we hen ondersteunen en onze ouders dat ook doen. De omgekeerde wereld. De nieuwe assistent gaf complimentjes en schreeuwde ‘Kom op!’ Dan is schreeuwen iets dat wel kan werken. Het zit hem in de nuance of je je er prettig bij voelt of helemaal niet. En het is zeker iets anders dan schelden vanaf de kant. De assistente twijfelde of ze door zou gaan voor de B- en C-licentie…van de techniek wist ze al genoeg, dus waar zou je dan die scholing voor volgen? Misschien om coachend goed met situaties om te kunnen gaan, want iedere sporter is tenslotte anders.

Hoe pak je het aan als je met je sporter niet de juiste click hebt? Die verdienen het ook om gemotiveerd te worden. En het mentale coachen vond ze heel belangrijk. Ze zei dat ze daar pas achter was gekomen toen ze ging helpen coachen. Minstens moest er respect zijn en menselijkheid, vond ze. Als je wilt dat iedereen duidelijk de grenzen weet, kun je die niet opleggen. Voor problemen moet er voldoende ruimte zijn om ze te kunnen oplossen. En niet drie dagen chagrijnig tegen je zijn als je een fout hebt gemaakt. Van je fouten zou je juist moeten kunnen leren. Ook de topjes, die krijgen het van iedereen zwaar te verduren, alsof zij aan elke fout de schuld hebben. Dat ze jonger zijn, wil niet zeggen dat ze grof behandeld moeten worden. De onderpartners kopiëren vaak het gedrag van de trainer, want dan blijven ze zelf buiten schot. Zo krijgen ze drie keer alles over zich heen. Coaches uit de breedtesport kopiëren denk ik ook vaak het gedrag van de coaches uit de topsport, omdat dat volgens hen blijkbaar de cultuur is. Het werkt voor hen blijkbaar en geeft het resultaat, maar pedagogisch is het zeker niet.

Tja, nu na Corona zijn er wel wat pondjes bijgekomen…., dus mijn eerste clash zal zijn de opmerkingen die ik ga krijgen over hoeveel kilo’s eraan zitten. Gelukkig ben ik geen bovenpartner maar toch. Ik ga hard trainen en gun mezelf drie weken om fit te zijn, qua gewicht en conditie. Bespaar me ‘alstjullieblieft’ jullie perfecte plaatje. Voor mij hoeft dat niet en hopelijk voor mijn clubgenootjes kan dat ook een tandje relaxter. Acro is de leukste sport die er is!  Het is niet allen het turnen. Wij zijn er ook nog!  Daar gaat het mij om. We verdienen het om gezien en gehoord te worden. Wij zijn het die de prestaties leveren, dus zouden wij toch als sporters centraal moeten staan. Laat er ruimte zijn voor ons om onze grenzen aan te geven, of onze mening te bespreken. Dan is het ook niet erg als je trainer je stimuleert met een ‘Kom op! Zet nog even door!’ Laten we elkaar helpen door bijvoorbeeld ‘Het is al aardig goed, maar let hier nog even op..’ in plaats van ‘dat was weer niks, opnieuw! Hoe gaan we elkaar met die verschillende karakters begrijpen? Mijn coaches hoeven me niet te stressen met het gaan voor de winst. Dat wil ik zelf ook als geen ander!

Laten we, nu we weer vanuit de Corona-bubbel het wedstrijdseizoen in stappen, zien dat we iets hebben gehad om over na te denken. Laten we met elkaar het overleg zoeken en onze familie laten zien welke mooie sport we hebben! Laat het niet erg zijn als ik met een sporter praat van een andere club, maar laten we samenwerken. Neem een mental coach in de club en laat de assistenten de sfeer helpen bewaken. Laten we de KNGU tonen dat we zelf mee willen denken en verbetering starten van de gymsportcultuur. Zonder bodyshaming, jaloezie en stiekeme spelletjes. Nog één keer knallen als duo en het gevoel hebben dat we alles hebben gegeven.

Artikel © GymPOWER | Credit tekst: naam auteur bekend bij de sportredactie van GymPOWER | Credit cover ter illustratie: persfoto archief © GymPOWER | Fotograaf © Therry da Silva

Sportredactie GymPOWER

Sportredactie GymPOWER

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.